Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijsoverweging.
Ten aanzien van parketnummer 01/865031-13:
(p. 213 e.v.). Hij heeft daarover bij de politie zeer uitvoerig en gedetailleerd verklaard. Hij heeft de seksuele handelingen die hij met [slachtoffer 2] heeft verricht, specifiek benoemd en hij heeft verklaard dat deze handelingen zowel bij [slachtoffer 2] thuis als in het huis van verdachte plaatsvonden. De handelingen waarover verdachte bij de politie heeft verklaard, betreffen onder meer de handelingen ten aanzien waarvan de verdediging ter terechtzitting een voorbehoud heeft gemaakt. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting desgevraagd bevestigd dat het ten aanzien van [slachtoffer 2] is gegaan zoals hij eerder bij de politie heeft verklaard, en dat hij daaraan niets toe te voegen heeft.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van het voorarrest;
- oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.
psychiater J.R. Nijdameen rapport omtrent verdachte uitgebracht. De conclusie en het advies luiden:
hoog tot zeer hoogworden beschouwd.
psycholoog drs. M. van Hetereneen rapport omtrent verdachte uitgebracht. De conclusie en het advies luiden – onder meer –:
Vorderingen benadeelde partij.
immateriëleschade
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1].
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2].
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3].
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4].
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5].
Ter zake materiële schade wordt een bedrag gevorderd van € 262,32, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 6].
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 7].
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
EUR 2.500,- immateriële schadevergoeding (post 1) en een bedrag van EUR 470,64 ter zake materiële schadevergoeding (post 2 en 3).