ECLI:NL:RBOBR:2014:1272
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking WGA-uitkering in strijd met verbod reformatio in peius
Eiser ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, vastgesteld per 8 april 2013. Na bezwaar tegen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid trok verweerder de uitkering per die datum in, stellende dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank oordeelt dat de vastgestelde medische beperkingen en arbeidsongeschiktheid correct zijn beoordeeld, waarbij rekening is gehouden met cognitieve en psychische beperkingen. De door eiser ingebrachte latere neuropsychologische onderzoeken konden geen doorslaggevende waarde krijgen voor de beoordeling per 8 april 2013.
Echter, het besluit tot intrekking van de uitkering na bezwaar brengt eiser in een nadeliger positie dan zonder bezwaar, hetgeen in strijd is met het verbod van reformatio in peius. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover de intrekking van de uitkering betreft en herstelt het primaire besluit, waarbij eiser recht behoudt op de WGA-uitkering vanaf 8 april 2013.
Verder wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de WGA-uitkering per 8 april 2013 en herstelt het primaire besluit.