Uitspraak
OVERWEGINGEN
5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante viel uit haar werk na een motorongeval in mei 2007 en vroeg een loongerelateerde WGA-uitkering aan, vastgesteld op 50,33% arbeidsongeschiktheid. Het UWV verklaarde het bezwaar van appellante gegrond en stelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde. Appellante voerde aan dat haar whiplashklachten, waaronder nek- en hoofdpijn, concentratieproblemen en psychische klachten, onvoldoende waren meegewogen.
In hoger beroep overwoog de Raad dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij neuropsychologisch en psychiatrisch onderzoek geen objectieve beperkingen aantoonde. De aanvullende medische rapporten van appellante, waaronder die van verzekeringsarts Offermans en neuropsycholoog Matser, konden het eerdere oordeel niet veranderen omdat deze niet valideerden volgens de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende objectief bewijs leverde van beperkingen door ziekte of gebrek en bevestigde de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.