ECLI:NL:RBOBR:2014:1141
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over toepassing boeteregime bij onjuiste opgave gewerkte uren WW-uitkering
Eiseres ontving vanaf januari 2012 een WW-uitkering en werkte vanaf februari 2012 als leerling kraamverzorgende. Verweerder stelde vast dat eiseres onjuiste uren had opgegeven op de inkomstenformulieren, afwijkend van de opgave van de werkgever, en legde een boete op. Eiseres betwistte de hoogte van de boete en voerde omstandigheden aan zoals onduidelijkheid over door te geven uren en bijzondere persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat de overtreding van de inlichtingenplicht bestond uit herhaalde onjuiste opgaven per maand, waardoor het oude boeteregime van toepassing is op overtredingen vóór 1 januari 2013. Verweerder had ten onrechte het nieuwe, strengere boeteregime toegepast. De rechtbank gaf verweerder de mogelijkheid om dit te herstellen door een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen twee weken moest melden of hij gebruik maakt van deze herstelmogelijkheid en dat eiseres daarna in de gelegenheid wordt gesteld te reageren. De verdere beslissing, waaronder over proceskosten, werd aangehouden tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat geen afzonderlijk hoger beroep open.
Uitkomst: Verweerder krijgt de gelegenheid het boetebesluit te herstellen volgens het oude boeteregime; verdere beslissing wordt aangehouden.