ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1409
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverzoek woningzoekende wegens onvoldoende dagelijkse zorg voor kinderen
Eiser, die na zijn echtscheiding beperkte zorg voor zijn minderjarige kinderen heeft en geen vaste woonruimte bezit, verzocht Stichting Woonwijze om een urgentieverklaring voor voorrang bij woningtoewijzing. Stichting Woonwijze wees dit verzoek af op grond van het criterium dat eiser niet ten minste 50% van de dagelijkse zorg voor zijn kinderen draagt. Eiser stelde dat dit beleid onduidelijk en onrechtmatig is en vorderde in kort geding toewijzing van urgentie.
De rechtbank oordeelde dat Stichting Woonwijze geen bestuursorgaan is en haar besluit geen bestuursrechtelijke beschikking betreft. Hoewel de uitvoering van de overeenkomst tussen gemeente Vught en Stichting Woonwijze juridische tekortkomingen vertoont, leidt dit niet tot toewijzing van de vordering. De Huisvestingswet kent geen specifieke rechtsgevolgen aan urgentiebepalingen.
Subsidiair stelde eiser wanprestatie van Stichting Woonwijze, maar de rechtbank vond dat het beleid omtrent 'dagelijkse zorg' niet voldoende onderbouwd is en dat eiser niet voldoet aan de taalkundige betekenis van het begrip. Gezien de belangenafweging en het maatschappelijk belang van rechtvaardige woonruimteverdeling wees de rechtbank het verzoek af en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Het urgentieverzoek van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende dagelijkse zorg voor de kinderen en onvoldoende onderbouwing van wanprestatie.