ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6012
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige en inreisverbod ondanks familie- en gezinsleven
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende ondernemer, heeft meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvragen werden afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn onderneming een wezenlijk Nederlands economisch belang dient. Verweerder heeft het ondernemingsplan van eiser als onvoldoende onderbouwd beoordeeld, waardoor geen advies kon worden gevraagd aan de minister van Economische Zaken.
Daarnaast is eiser ongewenst verklaard vanwege een eerdere veroordeling en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Ondanks het familie- en gezinsleven met zijn partner en kinderen in Nederland, oordeelt de rechtbank dat het inreisverbod gerechtvaardigd is in het belang van de openbare orde. De rechtbank overweegt dat verweerder alle relevante feiten heeft betrokken en dat de inmenging in het familie- en gezinsleven proportioneel is.
De beroepsgronden dat het inreisverbod en de afwijzing van de verblijfsvergunning in strijd zouden zijn met het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EU en Turkije, alsmede met artikel 8 EVRM Pro en artikel 20 VWEU Pro, worden verworpen. De rechtbank verklaart beide beroepen ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod.