ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2137
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.F. Beens
- Rechtspraak.nl
Schending geheimhoudingsovereenkomst en matiging van verbeurde boete
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak waarin eiseressen stelden dat gedaagde tweemaal de geheimhoudingsovereenkomst had geschonden door te openbaren dat er overnamegesprekken hadden plaatsgevonden. Deze schendingen leidden tot een boete van €100.000 per overtreding, in totaal €200.000. Gedaagde betwistte dat de overeenkomst tot stand was gekomen en dat het enkele feit van overnamebesprekingen onder de geheimhoudingsplicht viel.
De rechtbank oordeelde dat de geheimhoudingsovereenkomst geldig tot stand was gekomen op 24 februari 2010 en dat de verplichting zich niet alleen uitstrekte tot de inhoud van de gesprekken, maar ook tot het feit dat overnamegesprekken hadden plaatsgevonden. Van den Biggelaar, werknemer van een dochteronderneming van gedaagde, had in twee gesprekken met derden dit feit medegedeeld, waarmee gedaagde tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst.
Desalniettemin matigde de rechtbank de boete aanzienlijk tot €10.000 per overtreding omdat niet was gebleken dat gedaagde financieel voordeel had beoogd of verkregen noch dat eiseressen daadwerkelijk schade hadden geleden. De vordering werd toegewezen tot een totaalbedrag van €20.000, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van een gematigde boete van €20.000 wegens schending van de geheimhoudingsovereenkomst.