ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8888
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen wettelijke verplichting tot herbeoordeling van gedeeltelijk arbeidsongeschikten door UWV
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om de WGA-uitkering van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte ex-werknemer te beëindigen. Eiseres stelde dat het UWV wettelijk verplicht was om herbeoordelingen uit te voeren na 3 maart 2009, maar de rechtbank concludeerde dat een dergelijke wettelijke verplichting niet bestaat.
De rechtbank nam de feiten aan dat de ex-werknemer sinds 2004 arbeidsongeschikt was en dat het UWV in 2008 en 2009 reeds herbeoordelingen had uitgevoerd. Eiseres had in 2011 verzocht om een nieuwe herbeoordeling, maar het UWV had dit niet binnen een wettelijk voorgeschreven termijn gedaan. De rechtbank oordeelde echter dat deze termijn niet uit het beroepschrift bleek en dat de nieuwe beroepsgrond die ter zitting werd aangevoerd niet ontvankelijk was.
De rechtbank verwees naar de wetsgeschiedenis en stelde dat de voorheen verplichte herbeoordelingen bewust waren afgeschaft in de Wet Wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten. Ook de verwijzingen naar algemene wetsartikelen en beleidsdocumenten konden geen wettelijke verplichting tot herbeoordeling opleggen. De eerdere jurisprudentie waarop eiseres zich beriep, betrof slechts de uitvoering van herbeoordelingen als die waren geadviseerd, niet een algemene verplichting.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat geen wettelijke verplichting tot herbeoordeling bestaat.