ECLI:NL:RBOBR:2013:4792
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling bijstandsovereenkomst bij overname horecaonderneming
De zaak betreft een vordering van eiser tot betaling van €25.000,- voor bijstand bij de exploitatie van een horecazaak in België, vastgelegd in een 'side letter' overeenkomst. Eiser stelde dat gedaagde persoonlijk aansprakelijk was voor deze betaling. Gedaagde voerde verweer dat de overeenkomst was gesloten namens een BVBA, een besloten vennootschap naar Belgisch recht, die de onderneming zou drijven en aansprakelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat op grond van het Haviltex-criterium en de intentieverklaring tussen partijen duidelijk was dat de overname en de bijstandsovereenkomst waren bedoeld namens de BVBA te worden gesloten. De BVBA was inmiddels opgericht en had de overname bekrachtigd door betaling van een groot deel van de overnamesom. De side letter was een aanvulling op de overname en diende te worden gezien als een overeenkomst gesloten in het kader van de BVBA.
Daarom was gedaagde niet persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van €25.000,-. De overige verweren behoefden geen beoordeling meer. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €25.000,- wordt afgewezen omdat gedaagde niet persoonlijk aansprakelijk is.