ECLI:NL:RBNNE:2026:912
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen proceskostenvergoeding bij WOZ-waarde niet-woning
Eiseres stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar waarin de WOZ-waarde van een niet-woning was vastgesteld en de proceskostenvergoeding was toegekend. Het geschil betrof uitsluitend de hoogte van de vergoeding voor het taxatierapport en de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding voor het taxatierapport van € 329,12 niet te laag was, omdat het object een eenvoudige kleine winkelruimte betrof zonder bijzondere complexiteit. De rechtbank volgde de heffingsambtenaar dat vier uur taxatiewerk ruimhartig was toegekend.
Ten aanzien van de vergoeding voor de rechtsbijstand verwierp de rechtbank het beroep op een hogere WOZ-factor van 0,25, omdat eiseres niet had aangetoond dat sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025. De toegepaste factor was niet te laag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vergoeding van proceskosten in de beroepsfase af. Eiseres krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en de toegekende vergoeding bevestigd.