ECLI:NL:RBNNE:2026:806
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag toeslagenjaar 2014 wegens ontbreken institutionele vooringenomenheid
Eiseres heeft een verzoek ingediend voor compensatie van de kinderopvangtoeslag over het jaar 2014, naar aanleiding van de toeslagenaffaire. Dit verzoek is door verweerder afgewezen, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of verweerder terecht heeft geconcludeerd dat er in 2014 geen sprake was van institutioneel vooringenomen handelen jegens eiseres. Eiseres stelde dat zij slachtoffer was van de toeslagenaffaire, met financiële problemen en spanningen als gevolg van een tijdelijke stopzetting van de kinderopvangtoeslag in 2014. Zij voerde ook aan dat verweerder te fors had verrekend met andere toeslagen en dat zij zich gediscrimineerd voelde vanwege haar dubbele nationaliteit.
Verweerder stelde dat de enkele vertraging in betaling in januari 2014 geen bewijs is van vooringenomenheid en dat verrekeningen met andere toeslagen niet in deze procedure kunnen worden betrokken. De rechtbank concludeerde dat de bezwaaradviescommissie gemotiveerd heeft vastgesteld dat geen sprake is van institutionele vooringenomenheid of aantoonbare schade. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd waaruit haar schade bestaat.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen recht heeft op compensatie voor het toeslagenjaar 2014. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter M.W. de Jonge op 3 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie kinderopvangtoeslag 2014 wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van institutionele vooringenomenheid en onvoldoende onderbouwde schade.