De rechtbank Noord-Nederland heeft op 12 maart 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen een verzuimboete van €1.000 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020.
Eiser stelde dat hij de aanmaning voor het doen van aangifte niet had ontvangen en dat de inspecteur ten onrechte niet was ingegaan op zijn verzoek om invorderingsrente te verrekenen. De inspecteur leverde bewijs dat de aanmaning wel was verzonden en ontving een brief van eiser waarin expliciet werd gereageerd op die aanmaning, wat de rechtbank overtuigend achtte als bewijs van ontvangst.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht en passend was, mede gezien de structurele vertragingen van eiser bij eerdere jaren waarvoor ook boetes waren opgelegd. Daarnaast werd geoordeeld dat de inspecteur niet bevoegd was om over invorderingsrente te beslissen en dat de uitspraak op bezwaar voldoende was gemotiveerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag en boete bleven in stand.