6.2.De heffingsambtenaar heeft in de beroepsfase ter onderbouwing van zijn standpunt een taxatierapport (van Thorbecke) en een waardematrix overgelegd, waarin de waarde van de woning is bepaald op € 185.000 en waarin de verkoopcijfers van de volgende referentieobjecten zijn gebruikt:
- [adres 2] (verkocht op 10 januari 2023 voor € 180.000);
- [adres 4] (verkocht op 28 juli 2023 voor € 185.000);
- [adres 5] (verkocht op 12 oktober 2022 voor € 295.000);
7. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met het door hem in de beroepsfase overgelegd taxatierapport, de waardematrix en de door hem gegeven toelichting op de zitting, in het licht van hetgeen eiser heeft aangevoerd, heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Zij neemt hierbij in aanmerking dat de referentieobjecten, wat type, bouwjaar, kwaliteit, onderhoud, doelmatigheid en voorzieningen betreft, goed vergelijkbaar zijn met de woning van eiser en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de onderlinge verschillen. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de prijzen per m² voor de woning worden herleid vanuit de verkoopprijzen van de door de heffingsambtenaar aangevoerde referentieobjecten. De gemiddelde prijs per m² van € 2.302 van de woning van eiser is, in vergelijking met die van de referentieobjecten, niet te hoog bepaald. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de taxateur van Thorbecke op 12 november 2024 de woning van eiser inpandig heeft opgenomen, waardoor de taxateur zich een goed beeld heeft kunnen vormen van de staat waarin de woning verkeert. Verder heeft de heffingsambtenaar erop gewezen dat de woning van eiser in 2019/2020 volledig is gerenoveerd en gemoderniseerd, en dat de ligging in het centrum in een rustige straat (die grenst aan een winkelstraat), beter is dan die van de referentieobjecten. Zo zijn winkels, scholen en bushaltes grotendeels op loopafstand bereikbaar. Volgens de heffingsambtenaar had de liggingsfactor van eisers woning, die in de waardematrix als gemiddeld (factor 3) is beoordeeld, ook hoger gewaardeerd kunnen worden. De rechtbank ziet geen aanleiding de heffingsambtenaar hierin niet te volgen.
8. De rechtbank overweegt verder dat de stelling van eiser dat de WOZ-waarden van de referentieobjecten [adres 2] en [adres 4] niet in juiste verhouding staan tot zijn WOZ-waarde, niet relevant is. De waardebepaling vindt namelijk plaats via de vergelijkingsmethode, gebaseerd op transactieprijzen van verkochte woningen rond de waardepeildatum. Wat betreft [adres 3] merkt de rechtbank op dat de heffingsambtenaar dit referentieobject wel in de bezwaarfase, maar niet in de beroepsfase heeft gebruikt. Zij wijst erop dat de heffingsambtenaar in elke procedurefase referentieobjecten mag aandragen, mits eiser voldoende gelegenheid krijgt om hierop te reageren.
9. Gelet op al het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van de woning van € 185.000 niet te hoog heeft vastgesteld.