Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de kantonrechter van 12 februari 2026
[betrokkene] (de betrokkene),
Inleiding
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
.De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Rechtbank Noord-Nederland
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 21 maart 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, maar dit werd door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Betrokkene voerde aan de initiële boete niet te hebben ontvangen, slechts een aanmaning, en dat hij te laat beroep had ingesteld. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene de ontvangst van de initiële beschikking niet op een geloofwaardige wijze had betwist en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het verweer dat betrokkene op het moment van verzending in het buitenland was, werd verworpen omdat het de verantwoordelijkheid van betrokkene is om post adequaat te laten behandelen.
De kantonrechter bevestigde dat het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. De officier van justitie zal opdracht geven de eerste verhoging van de boete in te trekken. De uitspraak werd gedaan op 12 februari 2026 door kantonrechter F. Sijens.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard vanwege termijnoverschrijding.