ECLI:NL:RBNNE:2026:458
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode versus eigen aankoopprijs
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2023, die is vastgesteld op €784.000. Eiser stelt dat de waarde niet hoger kan zijn dan €586.000, gebaseerd op zijn eigen aankoopprijs in 2021 en een taxatierapport. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en onderbouwt deze met een waardematrix en drie referentieobjecten die recent rond de waardepeildatum zijn verkocht.
De rechtbank beoordeelt dat de vergelijkingsmethode, waarbij recente verkoopprijzen van vergelijkbare woningen worden gebruikt, in dit geval een betere waardering oplevert dan het indexeren van de eigen aankoopprijs van eiser, die meer dan een jaar voor de waardepeildatum ligt. De referentieobjecten zijn goed vergelijkbaar qua type, bouwjaar, onderhoud en voorzieningen, en de heffingsambtenaar heeft rekening gehouden met onderlinge verschillen.
Eiser heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de marktsituatie op de waardepeildatum adequaat is verwerkt en heeft de aangekondigde nadere onderbouwing niet overgelegd. Het taxatierapport dat eiser overlegt, biedt onvoldoende aanknopingspunten om de waardebepaling te ontkrachten. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar heeft voldaan aan zijn bewijslast en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de beschikking en de aanslag OZB in stand blijven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €784.000 en de aanslag OZB.