Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het College van procureurs-generaal,verweerder
Samenvatting
Procesverloop
- Aantal ontvangen en verzonden EAB’s en EOB’s;
- Alle (e-mail) communicatie met de AP’s en het LP hieromtrent en die met advocaten;
- Interne memo’s, notulen en overige bescheiden,
- De (wijze van) besluitvorming en de totstandkoming daarvan.
- Het verzoek heeft betrekking op de periode 1 januari 2019 t/m 1 juli 2023;
- Het verzoek heeft betrekking op de landen België, Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland, Denemarken, IJsland, Monaco, Andorra, Liechtenstein, Malta en Groenland (zover onder bereik);
- Het gaat om alle strafbare feiten en alle EAB’s en EOB’s, zowel ter vervolging als ter executie;
- Het gaat om interne memo’s, notulen en overige bescheiden te weten: interne correspondentie met bijvoorbeeld het FAST/ AP’s/LP’s/OM/IRC’s/Nationale Politie/Kabinet RC etc., alle stukken in dit verband, enkel gericht op EAB’s en EOB’s in de breedste zin van het woord en alle stukken over de wijze van besluitvorming, over het al dan niet delen van bepaalde gegevens/stukken met buitenlandse autoriteiten en over het al dan niet meewerken.
Beoordeling door de rechtbank
26 februari 2024, ziet de rechtbank aanleiding om aan eisers verzoek tegemoet te komen. De rechtbank vindt het van belang dat de procedure binnenkort tot een einde komt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- herroept het primaire besluit van 26 oktober 2023;
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
(…)
6. De bestuursrechter kan bepalen dat, indien of zolang het bestuursorgaan niet voldoet aan een uitspraak, het bestuursorgaan aan een door hem aangewezen partij een in de uitspraak vast te stellen dwangsom verbeurt. De artikelen 611a, vierde lid, 611b tot en met 611d en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.