ECLI:NL:RBNNE:2026:381

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
LEE 24/2690
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 8 Wet BPMArt. 2 aanhef en onderdeel d Wet BPM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling naheffingsaanslag BPM en toepassing taxatiemethode bij gebruiksschade

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €7.150, die door de inspecteur is verminderd tot €5.880. De aanslag is gebaseerd op een taxatierapport en een onderzoek van DRZ, waarbij discussie bestaat over de juiste handelsinkoopwaarde en de toepassing van de taxatiemethode vanwege vermeende meer dan normale gebruiksschade.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de auto een kilometerstand van 83.161 had en ruim vier jaar oud was. De foto’s in het taxatierapport en het DRZ-rapport tonen beschadigingen die passen bij normale gebruiksschade. Het ontbreken van een Nederlandstalig onderhoudsboek wordt niet als schade aangemerkt. De rechtbank concludeert dat de taxatiemethode niet mag worden toegepast omdat niet is aangetoond dat er meer dan normale gebruiksschade is.

De naheffingsaanslag is daarom terecht vastgesteld op basis van de koerslijstwaarde zonder verdere waardevermindering. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen vergoeding van proceskosten of immateriële schade toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft onverminderd van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/2690
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.A.J.M. Lodestijn),
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen/kantoor Doetinchem, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 17 mei 2024.
1.1.
De inspecteur heeft aan eiseres met dagtekening 18 augustus 2023 een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) van € 7.150 opgelegd.
1.2.
De inspecteur heeft het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslag verminderd tot € 5.880.
1.3.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en namens de inspecteur mr. [naam 1] en [naam 2] .

Feiten

2.
2.1.
Eiseres heeft met dagtekening 28 februari 2023, door de inspecteur ontvangen op 1 maart 2023, aangifte Bpm gedaan voor een Jeep Grand Cherokee 3.0 CRD Overland (de auto). Zij heeft vervolgens op 1 april 2023 € 4.349 Bpm op aangifte voldaan.
2.2.
De datum eerste toelating van de auto is 14 december 2018.
2.3.
De Bpm is door eiseres berekend aan de hand van een taxatierapport van [taxateur] met datum 28 februari 2023. Daarbij is uitgegaan van een kilometerstand van 83.161. De volgens de aangifte verschuldigde Bpm van € 4.349 is berekend op basis van een historische nieuwprijs van € 118.810 en een handelsinkoopwaarde van € 11.154. Die handelsinkoopwaarde is berekend door een bedrag van € 15.455 in mindering te brengen op de handelsinkoopwaarde volgens een XRAY koerslijst van € 26.609. De waardevermindering van € 15.455 bestaat uit een aftrek van € 11.955 wegens schade en een aftrek van € 3.500 in verband met ‘geen oordeel’ over de kilometerstand.
2.4.
Eiseres heeft, op uitnodiging van de inspecteur, het voertuig getoond aan DRZ. DRZ heeft het voertuig onderzocht en een rapport opgemaakt met als datum van ondertekening 24 maart 2023. Het rapport van DRZ vermeldt een historische nieuwprijs van € 105.720 en een handelsinkoopwaarde op basis van een XRAY koerslijst van € 26.245. Bij het bepalen van de handelsinkoopwaarde heeft DRZ geen schade of andere waardeverminderende factoren in aanmerking genomen.
2.5.
De inspecteur heeft op basis van de bevindingen van DRZ (2.3.) de in geschil zijnde naheffingsaanslag opgelegd.
2.6.
De inspecteur heeft zich bij uitspraak op bezwaar alsnog aangesloten bij de historische nieuwprijs volgens het taxatierapport van eiseres van € 118.810 en de naheffingsaanslag dienovereenkomstig verminderd (zie 1.2).

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht en niet tot een te hoog bedrag is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Meer specifiek is in geschil of de handelsinkoopwaarde juist is vastgesteld. Partijen zijn het in dat verband op de zitting eens geworden dat de handelsinkoopwaarde vóór eventuele correctie vanwege schade en andere waardeverminderende factoren € 26.245 bedraagt.
4. Naar het oordeel van de rechtbank is de naheffingsaanslag terecht en niet tot een te hoog bedrag aan eiseres opgelegd
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de inspecteur ten onrechte geen bedrag aan meer dan normale gebruiksschade in aanmerking heeft genomen. Volgens eiseres bedraagt deze schade € 11.955. Onder deze schade valt volgens eiseres ook het ontbreken van een Nederlandstalig boekenpakket. Daarnaast is eiseres van mening dat een waardevermindering van € 3.500 wegens ‘geen oordeel’ over de kilometerstand mag worden toegepast.
6. De inspecteur heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat de taxatiemethode niet mag worden gebruikt omdat, kort gezegd, (i) het taxatierapport van eiseres niet voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden en (ii) geen sprake is van meer dan normale gebruiksschade. De inspecteur heeft verder betwist dat sprake is van waardevermindering als gevolg van het ontbreken van een Nederlandstalig boekenpakket of vanwege ‘geen oordeel’ over de kilometerstand.
Vermindering op basis van de taxatiemethode?
7. De rechtbank stelt voorop dat de taxatiemethode op grond van artikel 10, achtste lid, van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (Wet Bpm) slechts mag worden toegepast indien, voor zover hier van belang, sprake is van een auto die ten tijde van het belastbare feit meer dan normale gebruiksschade heeft. Onder normale gebruiksschade wordt op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel d, Wet Bpm verstaan: slijtage en kleine beschadigingen die ontstaan door gebruik van een voertuig en die passen bij de leeftijd en kilometrage van het voertuig. De belastingplichtige die zich beroept op de taxatiemethode moet, in geval van gemotiveerde betwisting door de inspecteur, de feiten aannemelijk maken die meebrengen dat die methode in haar geval mag worden toegepast. [1]
8. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de auto ten tijde van het belastbare feit meer dan normale gebruiksschade had. Daarbij betrekt de rechtbank zowel de foto’s in het taxatierapport van eiseres, als de foto’s van DRZ. De beschadigingen die op deze foto’s te zien zijn, moeten naar het oordeel van de rechtbank (zowel afzonderlijk als gezamenlijk) worden beschouwd als gebruiksschade die past bij de leeftijd van de auto (ruim vier jaar) en de kilometerstand (83.161). Daarbij overweegt de rechtbank dat vrijwel al deze beschadigingen alleen te zien zijn op de sterk ingezoomde foto’s in het taxatierapport van eiseres en niet of nauwelijks op de overzichtsfoto’s in dat rapport en op de meer uitgezoomde foto’s in het rapport van DRZ. De rechtbank overweegt tot slot dat het ontbreken van een Nederlandstalig (onderhouds)boekenpakket als zodanig niet is aan te merken als schade. [2]
9. Gelet op wat in 8. is overwogen, kan de taxatiemethode niet worden toegepast. Aan de beroepsgrond inzake eventuele waardevermindering wegens ‘geen oordeel’ over de kilometerstand, komt de rechtbank daarom niet toe. Dat geldt ook voor de vraag of het taxatierapport van eiseres voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden. De conclusie is dat de inspecteur de naheffingsaanslag (zoals verminderd bij de uitspraak op bezwaar) niet te hoog heeft vastgesteld, omdat deze naheffingsaanslag voor de berekening van de afschrijving uitgaat van (alleen) de koerslijstwaarde.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
11. Eiseres heeft niet verzocht om vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.T.M. Hennevelt, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. van der Terp, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:640, r.o. 3.2.4.
2.Zie Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:640, r.o. 3.4.