ECLI:NL:RBNNE:2026:308
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.B.W. Venema
- L.M. Praamstra
- G. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij vastgesteld op vijftienduizend euro
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 6 februari 2026 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €225.730,25, gebaseerd op een rapport waarin 28 hennepkweken met telkens 93 planten werden vastgesteld over de periode van juli 2012 tot april 2023. Veroordeelde ontkende dit bedrag en stelde het voordeel op €15.000.
De rechtbank baseerde zich op het vonnis van de meervoudige strafkamer, proces-verbalen en de verklaring van veroordeelde. Gezien het ontbreken van een buitengewoon uitgavenpatroon en contra-indicaties in het dossier achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat het hogere bedrag juist was.
Daarom stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €15.000 en legde veroordeelde een betalingsverplichting tot dat bedrag op aan de Staat. Tevens werd de maximale duur van gijzeling op 150 dagen bepaald.
Uitkomst: De rechtbank legt een betalingsverplichting van €15.000 op ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij.