ECLI:NL:RBNNE:2026:307
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.B.W. Venema
- L.M. Praamstra
- G. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Taakstraf voor hennepteelt en verkoop over drie jaar
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 6 februari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die tussen 1 maart 2020 en 1 maart 2023 opzettelijk hennep heeft geteeld, bewerkt en verkocht vanuit zijn woning. Verdachte heeft bekend, maar werd vrijgesproken van medeplegen en de specifieke hoeveelheid van 93 hennepplanten, omdat dit niet wettig en overtuigend kon worden bewezen.
De bewezenverklaring omvatte het telen en bewerken van een groot aantal hennepplanten, een middel vermeld op lijst II van de Opiumwet. De rechtbank achtte verdachte strafbaar en verwierp strafuitsluitingsgronden. De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een taakstraf van honderd uur gevorderd, terwijl de verdediging alleen een taakstraf passend vond.
De rechtbank hield rekening met de aard en ernst van het feit, de persoon van verdachte, zijn eerdere strafvrije verleden, en de overschrijding van de redelijke termijn. Gezien de omstandigheden legde de rechtbank een taakstraf van honderd uur op zonder voorwaardelijke gevangenisstraf, met een vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van honderd uren wegens het telen en verkopen van een groot aantal hennepplanten.