ECLI:NL:RBNNE:2026:2964

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
11919500 BU VERZ 25-2133
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), Art. 65 lid 3Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), Art. 66
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: onduidelijkheid over parkeren binnen parkeerverbodszone met officiële parkeerplaatsen

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens parkeren binnen een parkeerverbodszone (bord E1) op 8 februari 2025. Hij stelde dat hij binnen een van de zestien officiële parkeerplaatsen op de locatie stond, wat een uitzondering vormt op het parkeerverbod. De officier van justitie handhaafde de boete, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter.

Op de zitting werd door de officier van justitie met Google Maps aangetoond dat de toegangswegen naar de locatie voorzien zijn van het zonebord E1, wat het parkeerverbod aanduidt. Betrokkene overhandigde stukken van de gemeente Súdwest-Fryslân waaruit blijkt dat er zestien parkeerplaatsen op de locatie zijn toegewezen. Echter, op basis van de foto’s en verklaringen kon niet worden vastgesteld of betrokkene daadwerkelijk op een van deze officiële parkeerplaatsen stond.

De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant geen duidelijkheid gaf over de exacte parkeerplaats en dat de gedraging niet voldoende kon worden vastgesteld. Hierdoor is de boete ten onrechte opgelegd en wordt het beroep gegrond verklaard. Betrokkene krijgt de zekerheidstelling terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wegens parkeren binnen een parkeerverbodszone wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271956577
zaaknummer: 11919500 BU VERZ 25-2133

uitspraak van de kantonrechter van 16 juli 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)’, verricht op 8 februari 2025, om 19:29 uur, op de [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, zijn partner en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. K.S.L. Kattick.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen
.De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij hier al vijftien jaar woont en nog nooit een waarschuwing heeft gekregen voor fout parkeren. Hij was zich dan ook van geen kwaad bewust. Niemand heeft er last van. Het voelt dan ook als willekeur dat hij nu een boete heeft gekregen. Daarnaast bevindt het dichtstbijzijnde E1-bord zich meer dan honderd meter van het adres van betrokkene en heeft dit bord geen duidelijke relatie met de binnenstad. Betrokkene vraagt zich af of een waarschuwing niet meer op zijn plek was geweest. Op de zitting heeft betrokkene stukken [1] overgelegd uit 2023 waaruit blijkt dat de gemeente Súdwest-Fryslân op de [adres] zestien parkeerplekken heeft toegewezen. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij binnen zo’n officieel parkeervak geparkeerd stond en dat de boete dus ten onrechte aan hem is opgelegd.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Kan de gedraging worden vastgesteld?
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze zag dat het voertuig van betrokkene geparkeerd stond in de parkeerverbodszone, die ter plaatse is aangeduid met het bord E1, zoals geregeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De verbalisant verklaart dat bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer tien minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaatsvond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. De verbalisant verklaart geen voor dat gebied geldige ontheffing te hebben waargenomen.
7. Door betrokkene is aangevoerd dat het zonebord E1 op de pleeglocatie ontbreekt en dat het enige bord dat op de [adres] aanwezig is, het bord C1 (geslotenverklaring in beide richtingen) betreft. Op de zitting heeft hij aangevoerd dat hij deze geslotenverklaring mocht inrijden omdat hij onder de uitzondering van het onderbord viel. De gedraging heeft namelijk plaatsgevonden op zaterdag 8 februari 2025 om 19:29 uur en het onderbord geeft aan dat de geslotenverklaring niet geldt op zaterdagen tussen 18:00 uur en 24:00 uur.
8. Alhoewel betrokkene inderdaad onder de uitzondering van de geslotenverklaring viel en daarom de geslotenverklaring mocht inrijden, is dit in deze zaak niet relevant, nu betrokkene een boete heeft gekregen voor het parkeren binnen een parkeerverbodszone. Binnen zo’n zone mag niet worden geparkeerd, behalve op daartoe bestemde weggedeelten (artikel 65, derde lid, in samenhang met artikel 66 van Pro het RVV 1990).
9. Met de vertegenwoordigster is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene geparkeerd stond binnen een parkeerverbodszone. Zij heeft namelijk op de zitting door middel van Google Maps inzichtelijk gemaakt dat de toegangswegen naar de [adres] zijn voorzien van het zonebord E1. Dit is voldoende: er hoeft niet een specifiek bord E1 te staan bij de plek waar betrokkene heeft geparkeerd. De vraag is echter of betrokkene binnen de parkeerverbodszone op een officiële parkeerplaats stond, nu dit de uitzondering is op het parkeerverbod.
10. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene, aan de hand van de stukken van de gemeente Súdwest-Fryslân, aannemelijk heeft gemaakt dat er op de [adres] zestien parkeerplaatsen waren. Op de door hem overgelegde plattegrond “overzicht parkeerplaatsen Bolsward vanuit de parkeerdruktellingen 2023” blijkt namelijk dat er op de [adres] zestien parkeerplaatsen zijn. Uit het document “technische vragen (over lopende agendapunten)” van de gemeente van 24 juni 2025 wordt onder punt twee naar de eerder genoemde plattegrond van 2023 verwezen; verder staat er dat er pas in het najaar van 2025 opnieuw parkeerdruktellingen zouden worden gehouden.
11. Dit maakt dat de in 2023 toegewezen zestien parkeerplaatsen op de [adres] er op de pleegdatum nog steeds waren. Of betrokkene ook op één van deze zestien parkeerplaatsen geparkeerd stond is echter op basis van de foto’s van de gedraging en Google Maps niet duidelijk. De kantonrechter overweegt dat ook de verbalisant hier geen duidelijkheid over verschaft, nu deze in zijn verklaring niet aangeeft dat betrokkene
binneneen parkeerverbodszone
buiteneen officieel parkeervak geparkeerd stond. Dit maakt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld en dat de boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Bijlage: stukken gemeente Súdwest-Fryslân