ECLI:NL:RBNNE:2026:2940

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
18/118076-23
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 34 SrArt. 47 SrArt. 420bis Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen invoer cocaïne en witwassen merkkleding en auto

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van de (verlengde) invoer van circa 130 kilo cocaïne in de periode van 3 tot en met 6 mei 2023. Verdachte fungeerde als chauffeur en was actief betrokken bij de coördinatie van de drugsinvoer, zoals blijkt uit telefonische communicatie en observaties. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor het witwassen van merkkleding en een Mercedes AMG, hoewel hij is vrijgesproken van medeplegen en het maken van een gewoonte van het witwassen.

Het bewijs bestond uit observaties, mastgegevens van telefoons, afluisterapparatuur in voertuigen, vertrouwelijke communicatie, en analyses van in beslag genomen goederen. De rechtbank oordeelde dat verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet had op de invoer van de cocaïne en een wezenlijke bijdrage leverde als medepleger. De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte slechts een beperkte rol had en dat de kleding deels nep was, maar deze verweren werden verworpen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van drugscriminaliteit en witwassen, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een eerdere straf in Duitsland. De opgelegde straf is 36 maanden gevangenisstraf, lager dan de eis van 57 maanden, mede vanwege de redelijke termijnoverschrijding en de reeds uitgezette straf in Duitsland.

Ten aanzien van het beslag verklaarde de rechtbank de in beslag genomen merkkleding verbeurd, maar de Mercedes AMG niet, omdat deze was verkocht en niet meer fysiek aanwezig was. De rechtbank baseerde zich op relevante wetsartikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet. De uitspraak werd gedaan op 17 juli 2026 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van 130 kilo cocaïne en witwassen van merkkleding en een Mercedes AMG.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/118076-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 juli 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ,
thans uit andere hoofde gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 juni 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R.M. Schaap, advocaat te Groningen. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Hoekman.

Tenlastelegging

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de volledige tekst van de tenlastelegging verwezen naar de inhoud daarvan zoals opgenomen in de bijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.
De verdenking komt er, na nadere omschrijving, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1:in de periode van 3 mei 2023 tot en met 6 mei 2023 in Nederland, al dan niet samen met anderen, een hoeveelheid van (ongeveer) 130 kilo cocaïne, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of vervoerd en/of geleverd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, althans aanwezig gehad, dan wel aan het voornoemde medeplichtig is geweest.
Feit 2:op 8 mei 2023 te Emmen, al dan niet samen met anderen, merkkleding en een auto heeft witgewassen en hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, waarbij verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde medeplegen en het maken van een gewoonte van het witwassen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van beide ten laste gelegde feiten. Zij heeft ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde aangevoerd dat slechts kan worden aangetoond dat verdachte gedurende een zeer korte periode in de nabijheid verkeerde van medeverdachte [medeverdachte] , hem rondreed en incidenteel gesprekken meemaakte die in de auto werden gevoerd waarvan de betekenis voor verdachte onduidelijk was. Verder komt verdachte slechts in een klein deel van de opnamen van de vertrouwelijke communicatie naar voren en past het gedrag dat door verdachte is vertoond niet bij een medeorganisator of bewuste participant. De bijdrage van verdachte is daarom onvoldoende om hem aan te merken als medepleger of medeplichtige. Bovendien kan niet worden vastgesteld dat hij opzet heeft gehad op de invoer van de drugs. Voor wat betreft het onder 2 ten laste gelegde witwassen heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de kleding die is aangetroffen deels namaak is en dat verdachte een deel legaal contant heeft aangeschaft. De Mercedes AMG is door verdachte aangeschaft als schadeauto en goedkoop gekocht. Hij heeft vervolgens eigen herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Verdachte dient daarom vrijgesproken te worden van het ten laste gelegde witwassen.
Oordeel van de rechtbank1

Feit 1: medeplegen van invoer van cocaïne

Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde
20 maart 2023
Op 20 maart 2023 zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] geobserveerd door een observatieteam.2 Op die datum reden zij naar Capelle aan den IJssel waar zij in een restaurant een ontmoeting hadden met meerdere mannen. Eén van deze mannen is geïdentificeerd als [naam 1] , die reed in een Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Bij het verlaten van het restaurant zijn de personen in verschillende autos vertrokken, waaronder de hiervoor genoemde Mercedes en een Audi.
Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] vertrekken in de BMW met kenteken [kenteken 2] op naam van [medeverdachte] . Gezien wordt dat de Mercedes en de BMW op een parkeerterrein bij een metrostation opnieuw bij elkaar komen en dat verdachte en medeverdachte contact hebben met de bestuurder van de Audi. Ook wordt waargenomen dat verdachte andere schoenen en een andere jas aantrekt. Kort hierop komt er een Renault Twingo met kenteken [kenteken 3] aanrijden. Deze auto parkeert naast de BMW van medeverdachte. Vervolgens hebben verdachte en medeverdachte contact met deze onbekend gebleven mannen en stapt verdachte achterin de Renault Twingo. De Renault Twingo rijdt richting Stellendam, waar de inzittenden zijn overgestapt in een Opel Vivaro. Deze Opel rijdt de Nijverheidsweg in, waar circa één uur later een vrachtwagen met oplegger met een witte container erop arriveert. Ook de eerder genoemde Audi verschijnt ter plaatse en is hetzelfde terrein opgereden. Ongeveer een kwartier later vertrekt de vrachtwagen en enkele minuten later vertrekken ook de Opel Vivaro, de Audi en de Renault Twingo vanaf het bedrijventerrein. De Opel en de Renault rijden naar een parkeerplaats in Hoogvliet waar ook medeverdachte [medeverdachte] aanwezig is. Hij en de onbekende mannen omhelzen elkaar en er worden goederen overhandigd. Verdachte is bij [medeverdachte] in de BMW gestapt en daarop is iedereen vertrokken. Op 21 maart 2023 wordt de hiervoor genoemde Renault Twingo door de politie gecontroleerd en in de auto zat een man genaamd [naam 2] wonende aan de [adres 2] . [naam 2] heeft antecedenten ter zake handel in verdovende middelen.3
3 mei 2023
Uit de mastgegevens van de telefoons van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is het navolgende op te maken:
tot circa 13:30 uur beide telefoons in Emmen; circa 14:50 uur beide telefoons omgeving Utrecht;
circa 15:25 uur beide telefoons omgeving Rotterdam;
circa 16:00 uur beide telefoons omgeving Rotterdam-Zuid (Charlois); circa 16:12 uur beide telefoons omgeving Hoogvliet;
circa 16:48 uur beide telefoons omgeving Hellevoetsluis; circa 17:00 uur beide telefoons omgeving Goedereede; circa 17:52 uur beide telefoons omgeving Vlissingen;
circa 21:00 uur beide telefoons omgeving Bergen op Zoom;
circa 22:20 uur beide telefoons omgeving Nieuwerkerk aan den IJssel; circa 23:17 uur beide telefoons omgeving Wezep.4
Door waarneming van het observatieteam kon worden vastgesteld dat verdachte en medeverdachte zich op 3 mei 2023 verplaatsten in een Mercedes AMG voorzien van kenteken [kenteken 4] op naam van [naam 3] , een (ex) partner van verdachte. Diezelfde dag stapt in Rotterdam ter hoogte van het [adres 2] een donkere, onbekend gebleven man in de auto bij verdachte en medeverdachte. Vervolgens vindt er een ontmoeting plaats in Vlissingen met een onbekend gebleven persoon. Na deze ontmoeting rijdt de Mercedes AMG terug naar Rotterdam en stapt de eerder genoemde donkere man uit op de kruising [adres 3] . Hierna hebben verdachte en medeverdachte een ontmoeting met de bestuurder van een Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 1] . Dit voertuig is al eerder gesignaleerd bij de observatie op 20 maart 2023.5
4 mei 2023
Uit de mastgegevens van de telefoons van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is het navolgende op te maken:
tot circa 20:15 uur beide telefoons in Emmen;
circa 20.35 uur telefoon verdachte omgeving Meppel;
circa 20:45 uur telefoon [medeverdachte] omgeving Zwolle;
circa 21:20 uur telefoons verdachte en [medeverdachte] omgeving Utrecht; circa 21:49 uur telefoon [medeverdachte] omgeving Rotterdam Charlois; circa 22:35 uur telefoon [medeverdachte] omgeving Rotterdam Charlois;
circa 22.45 uur telefoons verdachte en [medeverdachte] omgeving Rotterdam Charlois.6
Aan de BMW M8 voorzien van kenteken [kenteken 2] op naam van medeverdachte [medeverdachte] is een peilbaken bevestigd om de reisbewegingen in kaart brengen. Uit die bakengegevens blijkt het volgende:
tot circa 20:15 uur in Emmen; circa 20:45 uur Zwolle;
circa 21:24 uur Utrecht;
circa 21:50 uur Rotterdam IJsselmonde; circa 22:00 uur Rotterdam Charlois;
circa 22:20 uur Hardinxveld Giessendam; circa 22:38 uur Aploniastraat Rotterdam;
circa 22:49 uur Melchertstraat Rotterdam Charlois.7
In de hiervoor vermelde BMW is ook afluisterapparatuur geplaatst. De gesprekken die in de auto zijn gevoerd zijn opgenomen en deze opnames van de vertrouwelijke communicatie zijn letterlijk uitgewerkt. In deze gesprekken komt het volgende naar voren.
Medeverdachte [medeverdachte] voert in de ochtend en in de middag telefonische gesprekken met onbekend gebleven personen. In het gesprek om 10:55 uur wordt onder andere gesproken over dozen in Rotterdam en Antwerpen, [bedrijf 1] en [bedrijf 2] (containerrederijen), een onderschepte doos en dat hun planner niet is gepakt maar enkel is meegenomen en opgehouden voor een verhoor.8 In de middag om 16:44 uur belt medeverdachte opnieuw met een onbekend gebleven man en praat hij over dat ze het in de ochtend kunnen doen, ze geen risico hoeven te nemen en dat ze vlak bij het hek zitten, voor als er iets aanvliegt. Vervolgens zegt medeverdachte:
Maar, ik zou het mooi vinden als hij het hier zou uithalen, zodat jij kunt zien dat het ook hier gedaan kan worden. Snap je? Want we hebben dat eerder altijd gepland. dat ik ook aan jou kan laten zien dat hij het ook daar uit kan halen. Zijn mensen zitten binnen.
Medeverdachte sluit het gesprek af en zegt dat hij misschien richting Rotterdam gaat. Als zij aan hem doorgeven dat het vanavond gebeurt, dan is hij daar.9
Omstreeks 22:50 uur ontvangen verbalisanten een melding dat er drie personen uit een voertuig stapten op de Waalhaven Zuidzijde te Rotterdam bij het Shell benzinestation. Deze personen waren in het zwart gekleed en droegen bivakmutsen. De drie personen liepen naar het hek van het bedrijf [bedrijf 2] en klommen over het hek. Deze mannen zijn geruime tijd op het terrein gebleven, terwijl politie- en douane
eenheden rondom het terrein positie hebben ingenomen. Op 5 mei 2023 omstreeks 02:20 uur klommen drie personen over het hek vanaf het [bedrijf 2] -terrein en werden zij na een korte achtervolging aangehouden. Omstreeks 04:05 uur is er nog een vierde verdachte aangehouden. Op het terrein van [bedrijf 2] zijn diverse goederen aangetroffen waaronder gereedschap en meerdere (lege) tassen.10
5 mei 2023
Uit de mastgegevens van de telefoons van verdachte en [medeverdachte] is het navolgende op te maken:
01 30 01 30 uur, telefoon verdachte omgeving Korperweg Rotterdam;
01 30 01:45 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Westblaak Rotterdam;
01 30 01:48 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Rijnhaven Rotterdam;
01 30 02:08 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Delfshaven Rotterdam;
01 30 02:09 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Westblaak Rotterdam;
01 30 02:09 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Pleinweg Rotterdam;
01 30 09:11 uur, telefoon verdachte omgeving Waalhaven -oostzijde Rotterdam; 01 30 15:45 uur, telefoon verdachte omgeving Reeweg Rotterdam;
01 30 16:39 uur, telefoon verdachte omgeving Korperweg Rotterdam;
01 30 17:02 uur, telefoon verdachte, omgeving Slinge Rotterdam;
01 30 18:35 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Reeweg Rotterdam.11
De bakengegevens tonen aan dat de BMW M8 de gehele dag in de directe omgeving van de Waalhaven te Rotterdam is geweest.12 Uit de opnames van de vertrouwelijke communicatie in de BMW op 5 mei 2023 blijkt het volgende. Medeverdachte zegt omstreeks 11:43 uur tegen een onbekend gebleven persoon dat hij erachter aan gaat, dat ze gisteren konden uithalen en hij niet zonder GPS wil werken.13 Die avond om 20:24 uur voert hij opnieuw een telefonisch gesprek en zegt hij dat hij niks weet voordat ze naar binnen zijn gegaan en hij tenminste ongeveer wil weten waar het is. Medeverdachte zegt dat ze het vanavond moeten doen en hij het er alleen wil uithalen en dan wil slapen. Die dag erna zou het dan netjes verdeeld worden.14 Een paar minuten later belt [medeverdachte] nog steeds met deze persoon en zegt hij het volgende:
Zie je, die zijn opgepakt en nu hebben we een nieuw team. Daar wacht ik nu op, zodat ik ze kan zien en uitleggen hoe en wat. Maar het probleem is dat de ingang van dat depot te ver is. Zij hebben alles veranderd bij de centrale ingang. Vroeger kon je aan de voorkant naar binnen gaan maar nu niet meer.
Dat kun je zien op de foto's die ik naar jou heb gestuurd. Zie je wel hoe hoog het hek is? Heb je al gezien wat ik je heb getoond, die dozen...of kon je het vandaag niet bekijken?. Medeverdachte [medeverdachte] vertelt dat de doos gereed is en het klaar is om eruit te gaan, zelfs als het 5 hoog is. Hij wil niet dat ze er eindeloos rondhangen. Ze hebben gisteren twee uur lang rondjes gereden en konden de doos niet vinden.15 Ze zijn wel tien keer bij het hek geweest maar konden haar niet zien. Nu weten ze wel waar het is. Hij zegt dat ze gisteren die andere doos binnen twintig minuten uit elkaar hadden gehaald. Even later kwam de douane en politie en is de chauffeur opgepakt. Als het gesprek vervolgens gaat over de goederen en hoeveel het is, zegt medeverdachte dat hij tegen hen zal zeggen dat het er 131 zijn, totdat ze 130 geteld hebben en als zij dan zeggen 130, zal hij zeggen
oké, dat is het.
De telefoon van [naam 4] , de vrouw van medeverdachte [medeverdachte] , is op 8 mei 2023 in beslag genomen.16 In de telefoon zijn chats aangetroffen tussen medeverdachte en zijn vrouw. Op 4 mei 2023 omstreeks 22:00 uur wordt door [medeverdachte] gezegd dat zij aan het wachten zijn, dat het niet goed is en dat hij doodop is. In de nacht van 5 mei 2023 gaat het gesprek verder en zegt hij dat slapen er niet in zit. Om 05:45 uur stuurt hij:
Wij zitten in grote problemen. De hele nacht wachten we dat die niet ontsnapt. Die ene zijn opgepakt. Alles is kak.0.17
6 mei 2023
Uit de mastgegevens van de telefoons van verdachte en [medeverdachte] is het navolgende op te maken:
03:08 03:08 uur, telefoon verdachte omgeving Korperweg Rotterdam;
03:08 03:17 uur, telefoon verdachte omgeving Waalhaven Zuidzijde Rotterdam; 03:08 03:22 uur, telefoon verdachte omgeving Aploniastraat Rotterdam;
03:08 12:31 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Wilhelminaplein Rotterdam; 03:08 13:28 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Parkkade Rotterdam; 03:08 16:36 uur, telefoon verdachte omgeving Nachtegaalplein Rotterdam;
03:08 16:39 uur, telefoon verdachte omgeving Wolphaertsbocht Rotterdam; 03:08 23:30 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Soerweg Rotterdam; 03:08 23:30 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Butaanweg Rotterdam; 03:08 23:55 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Vlaardingerdijk Schiedam; 03:08 23:55 uur, telefoon [medeverdachte] omgeving Trimpad Schiedam.18
De bakengegevens tonen aan dat de eerder genoemde BMW M8 zich op 6 mei 2023 vrijwel de gehele dag in Rotterdam bevond. De BMW verplaatst zich vanaf circa 23:52 uur naar de A4 in de richting Schiedam/Vlaardingen. Op diverse tijdstippen tussen circa 11:30 uur en 23:50 uur bevond de BMW zich in de omgeving van de Waalhaven Rotterdam.19
Uit de opnames van de vertrouwelijke communicatie in de BMW op 6 mei 2023 blijkt het volgende.
Omstreeks 12:39 uur zegt medeverdachte tegen verdachte:
Je moet ze daar naar toe laten gaan, hen een beetje rond laten lopen, hun huiswerk doen. Nu dat je wat gaat verdienen, als dit uitgehaald wordt, kun jij de mensen betalen. Zij willen het niet gratis broer. Je hoefde hem niet te vragen, jullie kunnen samen een ploeg samenstellen, dan kun je mensen aankijken broer.Vervolgens gaat het gesprek verder over het betalen van die kinderen met 5000 en het hebben van een plan B. Als medeverdachte zegt dat het altijd hetzelfde is, dat zij bij Delta waren en daar binnen twee minuten werden opgepakt reageert verdachte als volgt:
Ik snap niet hoe ze opgepakt zijn? Je ziet toch de lichten van de auto aankomen, broer? Ik snap het niet! Misschien gaat de douane te voet rond?. Verdachte geeft aan dat als je naar binnen gaat, je niet moet denken aan teruggaan. Later in het gesprek vraagt verdachte wat ze gaan doen en geeft hij aan
Wij hebben hem toch nog van hier gegevenen
misschien waren we bij deze te laat, ik weet het niet.20 Ongeveer een uur later zitten verdachte en medeverdachte samen in de auto en voert laatstgenoemde een gesprek met iemand anders. Medeverdachte zegt dat hij liever top mensen heeft dan zulke mensen van gisteren, daar heb je niks aan want die kunnen zich niet verstoppen.21 Kort daarop stelt verdachte voor om met deze mannetje af te spreken omdat het makkelijk zou praten. Een aantal minuten later vraagt verdachte aan medeverdachte:
hoeveel moet ik tegen hem zeggen?. Medeverdachte zegt dat hij niet over procenten moet praten, maar een bedrag moet afspreken. Over procenten moet hij volgens medeverdachte niet praten, als ze daarover beginnen is het onzin.22
Die middag spreekt medeverdachte met een onbekend gebleven persoon en geeft hij aan dat het binnen heet is en dat hij wel denkt dat het onderschept gaat worden.23 Vervolgens belt verdachte met een persoon en gaat het gesprek in eerste instantie over soldaten en klimspullen. Deze persoon vraagt hoe het nou precies is. Verdachte zegt dan dat het er 131 precies zijn, maar dat nog niemand dat weet. Aan verdachte wordt voorgehouden dat eerst werd gevraagd om 20 pro (
de rechtbank begrijpt: procent) maar
dat uiteindelijk moet worden gevaagd om 15 pro, 19,5 stuks. Verdachte geeft aan:
15% zeg je? Ok. () Wacht ik roep hem erbij.Op dat moment stapt medeverdachte de auto in, geeft aan dat 15% te duur is en neemt het gesprek over. Verdachte blijft wel deelnemen aan het gesprek en reageert bevestigend op de vraag of ze weten waar die is. Medeverdachte vult aan dat ze het ongeveer wel weten, hij kan echter vijf hoog of beneden staan.24
Omstreeks 17:18 uur is verdachte in gesprek met een onbekend gebleven persoon. In de auto wordt gesproken over dat ze half tien vertrekken en tien uur binnen zijn. Verdachte zegt tegen de ander dat hij ze anders gewoon stand-by moet zetten. Mochten die boys niet gaan dan gaan wij vanavond gewoon. Aan verdachte wordt gevraagd: ´
Maar wie heb je nou naar binnen gestuurd? Goede soldaten of niet?en hij antwoordt daarop bevestigend. De gesprekspartner van verdachte geeft aan dat ze niet via de Shell moeten gaan, waar ze vorige keer zijn gegaan.25
Later op de avond vraagt medeverdachte aan een onbekend gebleven persoon of hij groen kan geven en zegt hij dat ze het gereedschap hebben en ze binnen 15 minuten binnen zijn. Als iemand de auto uitstapt neemt verdachte het woord en zegt hij: ´
We hebben al twee teams gestuurd bro. Hij zei tegen mij ik wil niet dat je me verkeerd begrijpt maar wij zijn niet die jongens die jullie gisteren hebben gestuurd. Ik zei tegen hem jij moet mij niet verkeerd begrijpen maar die jongens die wij gisteren hebben gestuurd zeggen precies hetzelfde als jij.Ook zegt verdachte tegen deze persoon dat hij ze moet laten werken.26 Uit een gesprek dat medeverdachte omstreeks 19:10 uur voert volgt dat ze naar binnen zijn en dat ze om de twee minuten videobellen zodat gezien kan worden hoe het loopt.27
Diezelfde avond omstreeks 22:25 uur zijn er twee verdachten op het [bedrijf 2] -terrein aangehouden en twee verdachten in een auto naast het [bedrijf 2] -terrein. In de auto bevonden zich tassen gevuld met vermoedelijk verdovende middelen en in totaal zijn 129 pakketten met wit poeder in beslag genomen.
Vervolgens is van de inhoud van dertien pakketten, zijnde een witte samengeperste poederachtige substantie, een monster genomen en opgestuurd voor nadere analyse door het Douanelaboratorium.28 Uit de resultaten blijkt dat het in alle gevallen gaat om cocaïne.29 Op 8 mei 2023 is door personeel van [bedrijf 2] op het terrein nog een pakket aangetroffen van circa één kilo gevuld met wit poeder. Dit pakket is overhandigd aan de politie. Na onderzoek bleek de inhoud van dit pakket, net als bij de inhoud van de andere pakketten, ook positief op de aanwezigheid van cocaïne te testen.30
Op 6 mei omstreeks 23:40 uur zitten verdachte en medeverdachte opnieuw in de auto en zegt verdachte:
Het was een zooi. Als wij werden aangehouden door die mensen in het busje, zouden wij met smerissen mee moeten.Verdachte geeft daarop aan dat hij ook zo is aangehouden. Op het moment dat medeverdachte aangeeft dat zij daar niet in de buurt moeten komen en ze beter een groter rondje kunnen maken antwoordt verdachte dat hij even moeten kijken waar ze langs kunnen. Medeverdachte geeft aan dat het goed is als zij hun maar niet tegenkomen, anders zitten zij in de penarie.31 Iets na middernacht zegt medeverdachte:
Misschien hebben zij ons bewust laten werken. Want er komen al twee dagen mensen naar binnen. Dus misschien dachten zij, wij laten ze voor nu en wij pakken ze als zij straks naar buiten willen. Zij willen niet iemand pakken terwijl zij niet weten waar het over gaat. Nu dachten ze vast, laat hen werken en dan pakken wij ze.32
In de eerder aangehaalde telefoon van de vrouw van verdachte zijn chats aangetroffen die op 6 mei 2023 omstreeks 22:48 uur zijn verzonden. Medeverdachte stuurt naar zijn vrouw smerissen. Op de vraag wat er gebeurd is, antwoordt medeverdachte dat hij het aan haar gaat vertellen en dat zij weer onderweg zijn.33
7 mei 2023
Uit de mastgegevens van de telefoons van verdachte en [medeverdachte] is het navolgende op te maken:
00.00 00.00
uur, telefoon [medeverdachte] , Rijksweg A4 thv Den Haag Zuid;
00.00 00:03
uur, telefoon [medeverdachte] , Rijksweg A4 thv Den Haag Ypenburg;
00.00 00:17
uur, telefoon [medeverdachte] , Rijksweg A44 / A4 thv Roelofarendsveen;
00.00 00:29
uur, telefoon [medeverdachte] , Rijksweg A10; KP Amstel, Duivendrecht;
00.00 00:43
uur, telefoon [medeverdachte] , Hogeweyseiaan te Weesp;
00.00 00:49
uur, telefoon [medeverdachte] Rijksweg A1 KP Muiderberg;
00.00 00:49
uur, telefoon verdachte, Rijksweg A1 KP Muiderberg;
00.00 01:02
uur, telefoon [medeverdachte] , Amsterdamsestraatweg Naarden;
00.00 01:13
uur, telefoon [medeverdachte] , Plataanlaan Baarn;
00.00 01:36
uur, telefoon [medeverdachte] A28 thv Nunspeet;
00.00 02:12
uur, telefoon [medeverdachte] , N34 thv Dalen;
00.00 02:46
uur, telefoon verdachte [adres 4] Emmen.34
De bakengegevens tonen aan dat de eerder genoemde BMW zich op 7 mei 2023 synchroon met de telefoons van verdachte en [medeverdachte] vanuit Delft, via Amsterdam naar Emmen verplaatst.35
Uit de opnames van de vertrouwelijke communicatie in de BMW op 7 mei 2023 blijkt het volgende. Omstreeks 00:35 uur voeren verdachte en medeverdachte een gesprek en zegt verdachte:
Nou bro, waar zijn die rammers van hem dan? Kankermongool dat ie is!.36Kort daarna zegt verdachte tegen medeverdachte:
Wat wil je 3 auto's gaan rammen. Dat zijn jouw verhaal toch? Heb ik die verhaal op de wereld gebracht?. Medeverdachte antwoordt ja waarop verdachte zegt dat hij toch niet drie autos kan gaan rammen en vraagt of douane altijd alleen komt.37 Het gesprek van medeverdachte later die nacht met een onbekend gebleven persoon gaat opnieuw over ramautos die klaar zouden staan maar uiteindelijk niet aanwezig waren.38 Later die nacht om 02:22 uur zijn verdachte en medeverdachte gearriveerd op een plek waar verdachte uitstapt en welterusten tegen elkaar wordt gezegd. Vlak daarvoor zegt medeverdachte:
Verdorie maat. We zijn helemaal ten onder gegaan.39
Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 juni 2026 verklaard dat hij vaker heeft opgetreden als chauffeur van medeverdachte en dat hij in eerste instantie niet wist waarom zij in Rotterdam waren en wat er stond te gebeuren. Verder heeft hij verklaard dat hij vanaf 5 mei 2023 wist dat het om drugs ging.40
Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde
Anders dan de verdediging acht de rechtbank de inhoud van de opgenomen en uitgewerkte gesprekken betrouwbaar. De verbalisanten hebben de vertrouwelijke communicatie nauwkeurig uitgewerkt in naar ambtseed opgemaakte processen-verbaal en de context van de gesprekken sluit aan bij de overige bewijsmiddelen.
De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte en medeverdachte op 20 maart 2023 in Rotterdam zijn en hier meerdere mannen ontmoeten, waaronder [naam 1] . Verdachte wisselt kort daarop van schoenen en jas en stapt bij iemand in een Renault Twingo. Nadat de inzittenden
overstappen in een andere auto rijden zij naar een bedrijventerrein, waar niet veel later een vrachtwagen met oplegger met daarop een witte container arriveert. Twintig minuten later vertrekken de voertuigen en vindt er een ontmoeting plaats waar ook medeverdachte [medeverdachte] bij aanwezig is en worden er goederen overhandigd. Verdachte en medeverdachte vertrekken uiteindelijk samen. Een dag later wordt de eerder genoemde Renault gecontroleerd en blijkt de bestuurder [naam 2] te zijn, die antecedenten heeft ter zake handel in verdovende middelen.
Op 3 mei 2023 rijden verdachte en medeverdachte samen van Emmen naar Rotterdam en ontmoeten daar een persoon die instapt vlakbij het woonadres van de hiervoor vermelde [naam 2] . Nadat verdachte en medeverdachte in Vlissingen zijn geweest rijden zij terug naar Rotterdam en ontmoeten daar de bestuurder van de Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 1] , het voertuig waar [naam 1] op 20 maart 2023 in heeft gereden.
Op 4 mei 2023 rijden verdachte en medeverdachte opnieuw naar Rotterdam en voert medeverdachte [medeverdachte] , in het bijzijn van verdachte, meerdere gesprekken die gaan over (onderschepte) dozen, containerrederijen en uithalen in Rotterdam. Medeverdachte geeft in dat gesprek ook aan dat als hij hoort dat het vanavond gaat gebeuren, hij daar zal zijn. Die nacht worden drie personen aangehouden op de Waalhaven op het terrein van [bedrijf 2] , waarbij er gereedschap en meerdere lege tassen worden aangetroffen. Een dag later zijn verdachte en medeverdachte de hele dag in de omgeving van de Waalhaven. Medeverdachte zegt in de gesprekken dat er gisteren uitgehaald kon worden, maar dat het team is opgepakt en dat er deze avond opnieuw een poging zal gaan plaatsvinden door een nieuw team.
Medeverdachte heeft bevestigd dat het gaat om 130.
In de avond van 6 mei 2023 worden twee verdachten op het [bedrijf 2] -terrein aangehouden en twee verdachten in een auto naast het [bedrijf 2] -terrein. In totaal wordt er 130 kilogram cocaïne in beslag genomen, het aantal komt overeen met de gesprekken die verdachte en medeverdachte daarover hebben gevoerd. Voorafgaand aan de aanhouding van deze uithalers neemt verdachte actief deel aan de gesprekken die gaan over de invoer van drugs. Verdachte praat onder meer over de mislukte uithaalpoging van 4 mei 2023, de nieuwe uithaalpoging op 6 mei 2023, het percentage dat betaald moet worden aan de uithalers en het sturen van twee teams. In één van de gesprekken brengt de gesprekspartner van verdachte naar voren dat de uithalers niet via de Shell moeten gaan, terwijl uit het dossier blijkt dat de uithalers op 4 mei 2023 ter hoogte van de Shell over het hek zijn geklommen.
De rechtbank is gelet op deze overwegingen van oordeel dat bij verdachte op zijn minst sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de (verlengde) invoer van cocaïne. Hierbij weegt de rechtbank mee dat verdachte al op 20 maart 2023 betrokken lijkt te zijn geweest bij drugsgerelateerde activiteiten en dat er met twee van de personen die op 20 maart 2023 aanwezig waren, ook op 3 mei 2023 ontmoetingen hebben plaatsgevonden. Bovendien is verdachte deelgenoot geweest van gesprekken die medeverdachte in de auto heeft gevoerd over (onderschepte) dozen, containerrederijen en uithalen. Bij die gesprekken heeft verdachte op bepaalde momenten zelf ook een actieve rol gehad.
Dit alles heeft in nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en anderen plaatsgevonden. Voorafgaand aan de uithaalacties zijn verdachte en medeverdachte met elkaar van Emmen naar Rotterdam gereden en zijn zij ruim drie dagen in de buurt van de Waalhaven geweest.
Gelet op de tijdstippen van de uithaalacties en de inhoud van de gesprekken is voldoende komen vast te staan dat de verdachte en medeverdachte de opdrachten hebben gegeven aan de uithalers. De rol van de verdachte is daarmee van zodanig gewicht geweest dat de verdachte als medepleger betrokken is bij de invoer van 130 kilogram cocaïne. Verdachte was namelijk een essentiële schakel in de keten van het
invoertraject en heeft met zijn handelen een wezenlijke bijdrage geleverd aan de invoer van verdovende middelen in Nederland.
De verweren van de verdediging worden weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen van de rechtbank.

Feit 2: witwassen van kleding en een Mercedes AMG

Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
De woning van verdachte aan de [adres 5] is op 8 mei 2023 doorzocht en tijdens die doorzoeking zijn onder meer diverse soorten merkkleding (35 stuks) en een kentekenbewijs van een voertuig met kenteken [kenteken 4] in beslag genomen.41
Onderzoek naar de bankrekening van verdachte wijst uit dat hij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 20 mei 2023 1.810,- heeft uitgegeven aan kleding, schoenen en accessoires.42 De bij de doorzoeking aangetroffen merkkleding waarvan verdachte de eigenaar is, vertegenwoordigt een waarde van
10.548,-.43 Naar aanleiding van onderzoekswensen van de verdediging is nader onderzoek gedaan naar de inbeslaggenomen kleding. De douane heeft de kleding gecontroleerd op echtheid en hieruit blijkt dat bij drie goederen twijfel bestaat over de echtheid. Verder zijn er totaal negentien goederen naar waarde getaxeerd en veertien goederen zijn inmiddels verkocht, waarvan kan worden gezegd dat deze echt zijn.
Twee andere goederen waren nog niet getaxeerd/aangeleverd. De totale taxatiewaarde van deze goederen bedraagt 3.736,-.44
Uit onderzoek blijkt dat [naam 3] de tenaamgestelde is geweest van de Mercedes AMG voorzien van kenteken [kenteken 4] .45 Op 12 januari 2022 heeft de politie deze Mercedes gecontroleerd in Rotterdam. Verdachte was op dat moment de bestuurder en medeverdachte de bijrijder. Verder is verdachte in 2022 gezien als bestuurder van de Mercedes en begin 2023 is zijn rijbewijs ingevorderd als bestuurder van diezelfde auto. Daarnaast is verdachte in 2022 tweemaal en in 2023 eenmaal bekeurd als bestuurder van de hiervoor genoemde Mercedes.46 Tijdens een observatie op 3 mei 2023 is verdachte de bestuurder47 en op 8 mei 2023 om 05:50 uur staat de Mercedes bij hem voor de deur in de [adres 5] .48 Uit opnames van de vertrouwelijke communicatie volgt dat verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte] zegt dat hij een AMG rijdt en wordt door medeverdachte tegen verdachte gezegd dat hij
een dikke gangster is met een dikke AMG voor de deur.49 Bankgegevens van verdachte tonen aan dat hij meerdere betalingen heeft gedaan aan [bedrijf 3] in Emmen. Uit van dat bedrijf verkregen gegevens blijkt dat de identificerende gegevens behorende bij het voertuig met kenteken [kenteken 4] gekoppeld zijn aan de heer [naam 3] met als adres [adres 5] , als telefoonnummer [telefoonnummer] en als opgegeven e-mailadres [e-mailadres] . Volgens de verbalisant betreft het adres het woonadres van verdachte, is het telefoonnummer in het onderzoek aan verdachte gekoppeld en blijkens de politiesystemen is het e-mailadres eveneens gekoppeld aan verdachte. De facturen van de Mercedes zijn steeds naar deze persoon verstuurd.50 De Mercedes AMG heeft ook voor korte duur op naam gestaan van een [bedrijf 4] . Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij voor een bekende genaamd [naam 5] een auto op zijn naam heeft gezet om die vervolgens te verkopen voor 35.000,-. De verkoop is echter niet gelukt en daarom is de auto weer op naam gezet van [naam 3] . [getuige] heeft opgemerkt dat hij deze [naam 3] nooit heeft gezien en [naam 5] op zijn telefoon het vrijwaringsbewijs, de tenaamstellingscode en ook haar identiteitskaart had. [naam 5] zou volgens de getuige de schoonvader zijn van [naam 3] . Deze [naam 3] zou iets hebben met één van zijn zoons.51 Verdachte heeft op 8 mei 2023 bij de politie verklaard dat [naam 3] zijn ex-partner is en de moeder van zijn dochter.52 Uiteindelijk is de Mercedes op 18 juli 2023 door [naam 3] verkocht voor een bedrag van 29.000,-.53
Uit een overzicht van de financiën blijkt dat verdachte een uitkering ontvangt van 227,- per maand en daarnaast een aanvulling van een zorgtoeslag van ongeveer 100,- per maand. Daarnaast valt op dat verdachte grote uitgaven doet en de rekening wordt aangevuld met contante stortingen. Ook wordt opgemerkt dat de rekening nauwelijks gebruikt wordt voor dagelijkse voorzieningen zoals boodschappen.54
Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegdeEigenaar Mercedes AMG met kenteken [kenteken 4]
Op grond van de bewijsmiddelen staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte de feitelijke eigenaar is geweest van de Mercedes AMG voorzien van kenteken [kenteken 4] . Verdachte is op meerdere momenten herkend, gecontroleerd en bekeurd als bestuurder van deze auto. Ook staat de Mercedes om 05:50 uur op de dag van verdachte zijn aanhouding voor zijn woning. Verder hecht de rechtbank waarde aan de opnamen van vertrouwelijke communicatie, de betalingen aan [bedrijf 3] en de identificerende gegevens van dit autobedrijf behorende bij deze Mercedes. Uit die gegevens blijkt dat verdachte zijn woonadres, telefoonnummer en e-mailadres zijn opgegeven. Daarnaast is het de vader van verdachte geweest die tevergeefs heeft gepoogd om de auto te verkopen.
Geen bewijs voor gronddelict
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de (verlengde) invoer van cocaïne. Desondanks kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de goederen zoals vermeld op de tenlastelegging onder 2 afkomstig zijn uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf.
Juridisch kader witwassen zonder gronddelict
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, Sr opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als de verdachte een dergelijke verklaring geeft en hiermee tegenwicht heeft gegeven aan het vermoeden van een criminele herkomst, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo een verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Witwassen zonder gronddelict
De Mercedes AMG is verkocht voor een bedrag van 29.000,- en de getaxeerde waarde van de kleding bedraagt 3.736,-. De rechtbank stelt daarom vast dat het gezien de legale inkomsten van verdachte gaat om onverklaarbaar vermogen. Het vermoeden van witwassen is naar het oordeel van de rechtbank dan ook gerechtvaardigd. Van verdachte mag dus worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de goederen niet van een misdrijf afkomstig zijn.
De verklaring van verdachte dat de merkkleding voor een gedeelte nep zou zijn en hij de rest legaal en contant heeft aangeschaft is nader onderzocht en weerlegd door het onderzoek van de douane. De verklaring dat de Mercedes AMG is aangeschaft als schadeauto, de auto goedkoop is gekocht en dat verdachte eigen herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd is onvoldoende concreet en op voorhand hoogst onwaarschijnlijk, mede gelet op het bedrag waarvoor de auto een aantal jaren later is verkocht. De rechtbank weegt daarbij mee dat verdachte dit ter terechtzitting voor het eerst heeft verklaard terwijl hij in 2023 al tweemaal is verhoord. Dit leidt tot de conclusie dat het volgens de rechtbank niet anders kan zijn dan dat de Mercedes en de merkkleding - middellijk of onmiddellijk - uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit ook wist. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde witwassen.
Het witwassen had niet een zodanige omvang en continuïteit dat naar het oordeel van de rechtbank ook bewezen kan worden dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Bovendien kan op basis van het dossier niet vastgesteld worden dat verdachte dit feit met anderen heeft gepleegd.
Verdachte zal daarom vrijgesproken worden van het onder 2 ten laste gelegde medeplegen en het maken van een gewoonte van het witwassen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 primair en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 3 mei 2023 tot en met 6 mei 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro 5 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 130 kilo cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
2.
hij op 8 mei 2023 te Emmen, voorwerpen, te weten
  • merkkledingstukken, en
  • een auto van het merk Mercedes AMG (kenteken [kenteken 4] ),
b) voorhanden heeft gehad, terwijl hij telkens wist, dat die voorwerpen geheel - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
primair. medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
witwassen.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 57 maanden met aftrek van het voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat verdachte in 2022 in Duitsland een straf opgelegd heeft gekregen van vijf jaar en acht maanden. Van die straf heeft hij een gedeelte uitgezeten in Duitsland en in Nederland ongeveer twee maanden. Het resterende deel van die straf is hij momenteel in Nederland aan het uitzitten nu zijn verzoek tot gratie is afgewezen. Bij de strafoplegging in deze zaak moet daar rekening mee worden gehouden. Daarnaast heeft de raadsvrouw onder meer gewezen op de zeer beperkte rol van verdachte in het geheel en het overschrijden van de redelijke termijn.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de reclasseringsrapporten, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 4 mei 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de (verlengde) invoer van 130 kilo cocaïne. Daarmee heeft verdachte deelgenomen aan de internationale handel in verdovende middelen en dus een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Het is algemeen bekend dat verspreiding van harddrugs ernstige nadelige maatschappelijke gevolgen kent, waaronder gezondheidsschade voor drugsgebruikers. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaan daarnaast gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Deze vormen van criminaliteit hebben een ontwrichtende werking op de samenleving. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van merkkleding en een Mercedes. Witwassen tast de integriteit van het financieel en economisch verkeer aan en ondermijnt de legale economie. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd.
De persoon van verdachte
De reclassering heeft in het rapport van 24 april 2026 het volgende naar voren gebracht. Verdachte heeft in 2022 acht maanden in detentie verbleven in Duitsland naar aanleiding van een veroordeling wegens betrokkenheid bij een hennepkwekerij. Recent is verdachte in Nederland aangehouden waarna hem is verteld dat hij nog vijf jaren detentie van deze straf uit moet zitten. Bij een veroordeling ziet de reclassering daarom een beginnend patroon van drugsdelicten. Bovendien worden bij een bewezenverklaring de leefgebieden financiën, houding en sociaal netwerk als delictgerelateerd beschouwd. Verdachte zou in dat geval vanuit financieel oogpunt hebben gehandeld en zich in hebben gelaten met contacten die zich bezig houden met drugscriminaliteit. Het contact met de medeverdachte, dat ook na de aanhouding van verdachte is voortgezet, ziet de reclassering bij bewezenverklaring als een risicofactor.
Hieruit blijkt ook enige berekendheid in het handelen van verdachte. Positief is verder dat door de reclassering geen (delictgerelateerde) problemen op de leefgebieden worden gesignaleerd. Verdachte wordt in staat geacht om zelfstandig een maatschappelijk geaccepteerd bestaan op te bouwen. De kans op recidive kan door de reclassering niet worden ingeschat wegens de proceshouding van verdachte. De reclassering heeft een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd omdat er geen noodzaak bestaat om met interventies of toezicht de risicos te beperken of het gedrag te veranderen.
De straf
De bewezenverklaarde feiten zijn ernstige strafbare feiten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat daarop, gelet op de aard van de strafbare feiten, de ernst daarvan en de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
Wel zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank meegewogen dat de rol van verdachte bij de invoer van de cocaïne minder groot is geweest dan de rol van medeverdachte [medeverdachte] . Ook wordt rekening gehouden met de aan verdachte in Duitsland opgelegde straf op basis waarvan hij tot in ieder geval 2029 in detentie zal moeten verblijven.
Verder heeft de rechtbank bij oplegging van de straf in aanmerking genomen dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal met deze schending rekening houden in die zin dat zij een lagere gevangenisstraf aan verdachte zal opleggen dan zij in beginsel passend acht en houdt daarbij rekening met de percentages zoals door de Hoge Raad zijn vastgesteld.55 Om die reden zal de rechtbank zes maanden op de straf in mindering brengen.
Alles afwegende zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Beslag

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de kledingstukken die onder verdachte in beslag zijn genomen verbeurd moeten worden verklaard. Ook de Mercedes AMG, waar geen beslag (meer) op rust moet verbeurdverklaard worden, waarbij het goed op waarde moet worden geschat gezien artikel 34 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Het voertuig is verkocht voor 29.000,- en is volgens de officier van justitie een redelijke schatting van de waarde.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Kledingstukken
De rechtbank acht de in beslag genomen kledingstukken vatbaar voor verbeurdverklaring nu het voorwerpen betreffen die aan verdachte toebehoren en met betrekking tot welke het onder 2 bewezen verklaarde is begaan.
Mercedes AMG
In artikel 34 Sr Pro is bepaald dat ook niet inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd kunnen worden verklaard. De rechtbank stelt vast dat er geen beslag meer rust op de Mercedes AMG, nu het beslag in de rekestenprocedure is opgeheven. Gelet op artikel 34, eerste lid, Sr is inbeslagneming van een voorwerp echter geen vereiste voor verbeurdverklaring. Wel moet voldaan worden aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring, zoals gesteld in artikel 33a Sr. Op grond van het eerste lid van dit artikel moet een verband bestaan tussen het bewezen feit en het voorwerp. Het tweede lid vereist dat de voorwerpen aan de verdachte toebehoren. De verbeurdverklaring strekt er immers toe de verdachte in zijn vermogen te treffen. Artikel 34 Sr Pro biedt verder de verdachte de keuze om verbeurd verklaarde voorwerpen uit te leveren of de door de rechter in zijn uitspraak geschatte waarde te betalen, waarna de artikelen 24b, 24c en 25 Sr overeenkomstige toepassing vinden.
De rechtbank is van oordeel dat in geval van bewezenverklaring van witwassen, gesteld kan worden dat het strafbare feit is begaan met betrekking tot deze Mercedes AMG. In zoverre is de Mercedes vatbaar voor verbeurdverklaring ingevolge artikel 33a, lid 1, sub b, Sr.
Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat verbeurdverklaring in onderhavige zaak niet mogelijk is. Uit de wet en uit de jurisprudentie volgt namelijk dat verbeurdverklaring slechts mogelijk is ten aanzien
een voorwerp waarop hetzij beslag op grond van artikel 94 Sv Pro rust, hetzij een voorwerp betreft dat door de verdachte kan worden uitgeleverd als er geen beslag op rust (tweede lid van artikel 34 Sr Pro). Kort gezegd, het voorwerp moet fysiek nog aanwezig zijn bij de verdachte. Voor die gevallen waarin dat niet mogelijk is - bijvoorbeeld omdat een voorwerp is vervreemd of omdat geld is uitgegeven - heeft de wetgever de ontnemingsprocedure in het leven geroepen.
In het onderhavige geval volgt uit het dossier dat de Mercedes AMG op 18 juli 2023 is verkocht, zodat geen uitlevering op grond van artikel 34 Sv Pro kan worden gevorderd. De rechtbank concludeert dan ook dat de Mercedes AMG niet voor verbeurdverklaring vatbaar is.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • 1 PR Schoenen (goednummer: 1601699);
  • 1 PR Schoenen (goednummer: 1601702);
  • 1 PR Schoenen (goednummer: 1601704);
  • 1 PR Schoenen (goednummer: 1601710);
  • 1 STK Tas (goednummer: 1601727);
  • 1 STK Vest (goednummer: 1601731);
  • 1 STK Broek (goednummer: 1601734);
  • 1 STK Shirt (goednummer: 1601740);
  • 1 STK Vest (goednummer 1601741);
  • 1 STK Broek (goednummer 1601742);
  • 1 STK Broek (goednummer 1601744);
  • 1 STK Broek (goednummer 1601745);
  • 1 STK Broek (goednummer 1601747);
  • 1 STK Trainingspak (goednummer 1601748);
  • 1 STK Trui (goednummer 1601751);
  • 1 STK Shirt (goednummer 1601752);
  • 1 STK Shirt (goednummer 1601755);
  • 1 STK Shirt (goednummer 1601756);
  • 1 STK Shirt (goednummer 1601757);
  • 1 STK Shirt (goednummer 1601759);
  • 1 STK Shirt (goednummer 1601760);
  • 1 STK Shirt (goednummer 1601761).
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. H.R. Eising, rechters, bijgestaan door mr. M.W. ten Brinke, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli 2026.
Mrs. G. Eelsing en H.R. Eising zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
1.
hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2023 tot en met 6 mei 2023 te Rotterdam en/of Emmen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro 5 van de Opiumwet, en/of vervoerd en/of geleverd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, althans aanwezig gehad, een hoeveelheid van (in totaal) (ongeveer) 130 kilo cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of een of meer ander(en), in of omstreeks de periode van 3 mei 2023 tot en met 6 mei 2023 te Rotterdam en/of Emmen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro 5 van de Opiumwet, en/of vervoerd en/of geleverd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, althans aanwezig gehad, een hoeveelheid van (in totaal) (ongeveer)
130 kilo cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 3 mei 2023 tot en met 6 mei 2023 te Rotterdam en/of Emmen en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door
  • contact te onderhouden met medeverdachte en/of een of meer anderen omtrent het transporten en uithalen van cocaïne
  • als chauffeur te fungeren van medeverdachte(n) en/of medeverdachte(n) te vervoeren van en naar de Rotterdamse haven en/of uithaallocaties
  • te overleggen met medeverdachte(n) over het uithalen van een of meerdere partijen cocaïne en/of de betaling voor de uithalers en/of het oplossen van ontstane problemen met de politie en/of douane
  • met medeverdachte(n) het haventerrein en/of uithaallocaties te voorverkennen en/of te surveilleren.
2.
hij op of omstreeks 8 mei 2023 te Emmen, althans (ook) (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten (onder meer)
  • 23 ( merk)kledingstuk)ken), als genoemd op pagina 4867 t/m 4873 van het einddossier en/of
  • een auto van het merk Mercedes AMG (kenteken [kenteken 4] ),
a. a) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, dan wel verborgen of verhuld wie de rechthebbende was op dat voorwerp of
het voorhanden had,
b) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen,
terwijl hij (telkens) onder a en b wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.
1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld een
ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit tenzij anders vermeld de paginas van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummers 2022185093 en 2023150891 d.d. 20 september 2023 (onderzoek LAGEREN / NNRAA21032).
2 Proces-verbaal observeren d.d. 28 maart 2023, opgenomen op pagina 1897 e.v. en proces-verbaal
observeren d.d. 24 mei 2023, opgenomen op pagina 1905 e.v
3 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1867 t/m 1869.
4 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1868.
5 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1868 en 1869.
6 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1870.
7 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1870 en 1871.
8 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 3953), opgenomen op pagina 1930 en 1931.
9 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 3993), opgenomen op pagina 1933.
10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 mei 2023, opgenomen op pagina 1934 e.v. en proces-verbaal van
bevindingen d.d. 5 mei 2023 opgenomen op pagina 1938 e.v.
11 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1872 en 1873.
12 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1873.
13 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4006), opgenomen op pagina 1946.
14 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4030), opgenomen op pagina 1950.
15 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4032), opgenomen op pagina 1954.
16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2023, opgenomen op pagina 692 e.v.
17 Proces-verbaal zaaksdossier 5 (bijlage), opgenomen op pagina 1942.
18 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1875.
19 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1876.
20 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4084), opgenomen op pagina 1966 en 1967.
21 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4093), opgenomen op pagina 1971.
22 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4095), opgenomen op pagina 1974 en 1975.
23 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4110), opgenomen op pagina 1977 en 1978.
24 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4120), opgenomen op pagina 1987 en 1988.
25 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4121), opgenomen op pagina 1989 en 1990.
26 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4138), opgenomen op pagina 1999 en 2000.
27 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4144), opgenomen op pagina 2007.
28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 mei 2023, opgenomen op pagina 2047 e.v.
29 Rapport Douane Laboratorium d.d. 14 juni 2023, opgenomen op pagina 2061 e.v.
30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 mei 2023, opgenomen op pagina 2056 e.v.
31 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4180), opgenomen op pagina 2010 en 2011.
32 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4182), opgenomen op pagina 2013.
33 Proces-verbaal zaaksdossier 5 (bijlage), opgenomen op pagina 1943.
34 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1882 en 1883.
35 Proces-verbaal zaaksdossier 5 d.d. 20 juli 2023, opgenomen op pagina 1883.
36 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4190), opgenomen op pagina 2017 en 2018.
37 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4191), opgenomen op pagina 2019.
38 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4206), opgenomen op pagina 2027 en 2028.
39 Proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie (sessie 4214), opgenomen op pagina 2030.
40 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2026.
41 Proces-verbaal van witwasonderzoek d.d. 18 september 2023, opgenomen op pagina 4839 t/m 4842.
42 Proces-verbaal van witwasonderzoek d.d. 18 september 2023, opgenomen op pagina 4846 en 4847.
43 Proces-verbaal van witwasonderzoek d.d. 18 september 2023, opgenomen op pagina 4841.
44 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2023, opgenomen op pagina 5621 en 5622.
45 Proces-verbaal van witwasonderzoek d.d. 18 september 2023, opgenomen op pagina 4843.
46 Proces-verbaal van witwasonderzoek d.d. 18 september 2023, opgenomen op pagina 4841 t/m 4845
47 Proces-verbaal van observatie d.d. 3 juli 2023, opgenomen op pagina 4894 e.v.
48 Proces-verbaal van observatie d.d. 20 juni 2023, opgenomen op pagina 4898 e.v.
49 Proces-verbaal van witwasonderzoek d.d. 18 september 2023, opgenomen op pagina 4848.
50 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2023, opgenomen op pagina 4681 e.v.
51 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2023, opgenomen op pagina 4950 e.v.
52 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 mei 2023, opgenomen op pagina 4784 e.v.
53 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2023, opgenomen op pagina 4949.
54 Proces-verbaal van witwasonderzoek d.d. 18 september 2023, opgenomen op pagina 4845 t/m 4847.