ECLI:NL:RBNNE:2026:2911

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
11919392 BU VERZ 25-2131
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete wegens negeren geslotenverklaring in rouwstoet op grond van bijzondere omstandigheden en gelijkheidsbeginsel

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C1) op 25 april 2025 in Sneek. Hij reed in een rouwstoet achter de rouwauto van zijn vader en was niet bekend met de lokale verkeersroutes. Betrokkene erkende de overtreding, maar voerde aan dat de situatie verdrietig was en hij door het verkeersbord tot een onbegrijpelijke keuze werd gedwongen.

De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, maar betrokkene stelde beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 2 juli 2026 werd aangevoerd dat de uitvaartverzorger betrokkene en zijn broers had moeten waarschuwen voor de geslotenverklaring en dat zij door de verdrietige situatie niet alert waren. Tevens werd gewezen op het gelijkheidsbeginsel, omdat de broer van betrokkene voor dezelfde overtreding geen boete kreeg.

De kantonrechter oordeelde dat de bijzondere omstandigheden en het gelijkheidsbeginsel zwaar wegen en vernietigde de boete. De beslissing van de officier van justitie werd eveneens vernietigd en betrokkene kreeg de zekerheidstelling terug. Het beroep werd gegrond verklaard en de boete kwam te vervallen.

Uitkomst: De boete wegens negeren van een geslotenverklaring tijdens een rouwstoet wordt vernietigd vanwege bijzondere omstandigheden en het gelijkheidsbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273568546
zaaknummer: 11919392 BU VERZ 25-2131
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [naam] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 25 april 2025, om 12:31 uur, op de Singel in Sneek, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. K.S.L. Kattick.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij niet in Sneek woont en niet bekend is met de lokale verkeersroutes. Hij reed in een rouwstoet van drie auto’s achter de rouwauto van zijn vader aan. Op de foto van de gedraging is te zien dat betrokkene een zwart vlaggetje op zijn auto heeft. Zijn bestemming was de parkeerplaats voor de katholieke kerk, enkele meters na het bord waarop de tijd en de daarbij geldende verkeersrichting zijn aangegeven. Betrokkene had de optie om de rouwstoet te onderbreken en om te draaien zonder te weten waar hij dan naartoe moet. Het gaat om een van de meest verdrietige momenten uit zijn leven, waarbij hij door een verkeersbord tot een onbegrijpelijke keuze wordt gedwongen. Gemachtigde, de broer van betrokkene, heeft op de zitting aangevoerd dat alle drie de auto’s zijn geflitst en dat hun oudste broer geen boete heeft gekregen.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat de boete van de broer van betrokkene is vernietigd, maar dat de motivering hiervan mist. Bij de boete van betrokkene heeft de officier van justitie in de fase van administratief beroep geen rekening gehouden met de door betrokkene aangevoerde omstandigheden. Daarom heeft de vertegenwoordigster de kantonrechter verzocht om deze boete te matigen tot de helft.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter is van oordeel dat het beroep gegrond is en dat de boete vernietigd moet worden. Alhoewel vaststaat dat de gedraging door betrokkene is begaan, moeten de door hem en zijn gemachtigde aangevoerde bijzondere omstandigheden zo zwaar wegen dat boete van tafel moet. Hiertoe overweegt de kantonrechter dat de uitvaartverzorger betrokkene en zijn broers had moeten waarschuwen voor de geslotenverklaring en dat hij begrijpt dat zij daar zelf, vanwege de verdrietige situatie, niet alert op waren. Daarnaast is het niet redelijk om deze boete in stand te laten in verband met het gelijkheidsbeginsel, nu de boete van de broer van betrokkene voor precies dezelfde overtreding, zonder motivering door de officier van justitie, wel is vernietigd.

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.