Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
.De inspecteur heeft terecht geen arbeidskorting verleend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Om het verrichten van betaalde arbeid aantrekkelijker te maken wordt een specifieke heffingskorting voor werkenden ingevoerd, de arbeidskorting. In samenhang hiermee wordt het arbeidskostenforfait verlaagd.” [7]
De aanpassingen in de arbeidskorting vloeien deels voort uit de in het regeerakkoord voorziene stapsgewijze verhoging van de arbeidskorting. Daarnaast wordt de arbeidskorting ingevolge de motie Zijlstra/Samsom verder verhoogd. Voorts is in het aanvullend pakket erin voorzien dat de arbeidskorting in 2014 sneller stijgt dan in het regeerakkoord (aangevuld met de motie Zijlstra/Samsom) was voorzien. Door de forse verhoging van de arbeidskorting wordt werken lonender. In totaal stijgt het maximum van arbeidskorting als gevolg van deze maatregelen in een periode van vier jaar met in totaal € 836 (in prijzen 2013). Dit gebeurt door het maximum van de arbeidskorting met ingang van 1 januari 2014 te verhogen met € 374 van € 1.723 tot € 2.097. Vervolgens wordt het maximum van de arbeidskorting met ingang van 1 januari 2015 verder verhoogd met € 103, met ingang van 1 januari 2016 met € 229 en met ingang van 1 januari 2017 met nog eens € 130. Daarnaast wordt de arbeidskorting voor hogere inkomens in drie stappen verder afgebouwd, uiteindelijk tot nihil. Daardoor zal in 2017 vanaf een inkomen van circa € 110.000 geen recht op arbeidskorting meer bestaan. Deze wijzigingen in de arbeidskorting hebben in de jaren 2014 tot en met 2017 en structureel het volgende budgettaire beslag.” [10]
De maatregelen in dit Belastingplan zijn onderdeel van een breder pakket aan maatregelen dat ten doel heeft om de koopkracht van lage inkomens te ondersteunen, werken meer lonend te maken en de belastingdruk op arbeid en vermogen meer in balans te brengen. De verhoging van de arbeidskorting maakt werken meer lonend en verlaagt de belastingdruk op arbeid. De verlaging van het tarief eerste schijf verlaagt de belastingdruk op inkomen in box 1. Daarmee dragen de maatregelen bij aan de doeltreffendheid van het pakket. Door de schijfgrens in box 1 te verlagen en het afbouwpercentage van de arbeidskorting te verhogen, worden de budgettaire kosten beperkt zonder dat dit ten koste gaat van de groepen die deze maatregelen het meest nodig hebben. Dit vergroot de doelmatigheid van het pakket.
Doeltreffendheid en doelmatigheid