ECLI:NL:RBNNE:2026:2602
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen boete voor overschrijding maximumconstructiesnelheid bromfiets ongegrond verklaard
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden met een bromfiets die de maximumconstructiesnelheid met 11 tot 15 km/h overschreed op 17 oktober 2024 in Hoogeveen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep behandeld door de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de meting onjuist was verricht, onder meer omdat de motor niet voldoende was afgekoeld, de bromfiets niet op de juiste wijze was belast tijdens de meting en onduidelijkheid bestond over de invloed van de bandenspanning. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelde dat de meting volgens de aanwijzingen was uitgevoerd, wat werd ondersteund door het aanvullend proces-verbaal.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene onvoldoende concrete omstandigheden had aangevoerd om twijfel te zaaien over de juistheid van de meting. De verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal was overtuigend en er was geen bewijs dat de handleiding van de bromfietsrollentestbank niet was gevolgd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 15 juni 2026 te Assen. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overschrijding van de maximumconstructiesnelheid met een bromfiets is ongegrond verklaard.