ECLI:NL:RBNNE:2026:2584

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2608773:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord ondanks verzet schuldeiser Tanksecure

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 8 juni 2026 het verzoek van een schuldenaar om een dwangakkoord op te leggen aan schuldeiser Tanksecure. De schuldenaar had een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Tanksecure, met een vordering van €250,82, stemde niet in vanwege een incident van brandstofdiefstal.

De rechtbank stelde vast dat het voorstel was ingediend en getoetst door de onafhankelijke Gemeentelijke Kredietbank (GKB) en dat het voorstel het maximaal haalbare was gezien de financiële situatie van de schuldenaar, die een uitkering ontvangt en een sociaal activeringstraject volgt. De vordering van Tanksecure dateert van meer dan drie jaar voor het verzoek, en de omstandigheden van de schuldenaar zijn sindsdien gewijzigd.

De rechtbank oordeelde dat de weigering van Tanksecure om in te stemmen met het akkoord onredelijk is, mede omdat de overige schuldeisers met het voorstel instemden en de regeling gunstiger is dan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Het verzoek tot toelating tot de Wsnp werd als ingetrokken beschouwd. De rechtbank wees het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toe.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toe en verplicht Tanksecure mee te werken aan de schuldregeling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie
Zittingsplaats Assen
Rekestnummer: NL:TZ:2608773:R-RK
Vonnis van 8 juni 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
tegen
Tanksecure,
gemachtigde: Landheer Gerechtsdeurwaarders,
Kruiwiel 9, 7773 NL Hardenberg,
hierna te noemen Tanksecure,
tot het bevelen van voornoemde schuldeiser(s) in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft op 7 april 2026 twee verzoeken bij de rechtbank ingediend. In de eerste plaats wil [verzoeker] dat de rechtbank Tanksecure een dwangakkoord oplegt. Zij moeten dan meewerken aan de schuldregeling van [verzoeker] . Als de rechtbank dit verzoek afwijst, wil [verzoeker] worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
1.2.
Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is behandeld op de zitting van 1 juni 2026. Hierbij zijn verschenen de heer [schuldhulpverlener] , schuldhulpverlener en werkzaam bij de Gemeentelijke Kredietbank te Assen (hierna: de GKB) en mevrouw [beschermingsbewindvoerder] , beschermingsbewindvoerder en eveneens werkzaam bij de GKB. Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn [verzoeker] en Tanksecure niet verschenen ter zitting.
1.3.
De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van [verzoeker] is € 35.790,82. [verzoeker] heeft 8 schuldeisers. [verzoeker] heeft met behulp van de GKB een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 2,26 % en de schuldeiser met voorrang krijgen een uitkering van 4,53 %. Het voorstel is gebaseerd op een saneringskrediet van netto € 1.253,00. De afloscapaciteit conform bijgevoegde vrij te laten bedrag berekening is nihil Vanwege ruimte in het budget is in totaal 18 keer € 75,00 aangeboden aan de schuldeisers.
2.2.
Tanksecure is niet met dit voorstel akkoord gegaan. In totaal vordert Tanksecure € 250,82 bedrag van [verzoeker] . Dat is 0,71 % van de totale schuldenlast.
2.3.
[verzoeker] is 61 jaar en ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet. [verzoeker] volgt vanaf september 2025 een sociaal activeringstraject van de gemeente [gemeente] via [bedrijf] . Ter zitting heeft de schuldhulpverlener verklaard dat hij contact heeft gehad met de gemeente [gemeente] over het sociaal activeringstraject. Sinds de aanvang van het traject is er niets veranderd. [verzoeker] doet 2 ochtenden in de week vrijwilligerswerk en dat is het maximale, wat van hem kan worden verwacht. [verzoeker] heeft geen sollicitatieplicht. [verzoeker] heeft hartklachten en zou op 29 mei 2026 zijn geopereerd.

3.Het verweer

3.1.
Tanksecure stemt niet in met het voorstel omdat diefstal van brandstof dan zou worden geaccepteerd Dit staat haaks op het intensieve veiligheidsbeleid op tankstation om brandstofdiefstal tegen te gaan. Acceptatie tegen finale kwijting heeft mogelijk een negatieve invloed op een eventuele aangifte bij de politie naar aanleiding van dit incident. Het gedrag van [verzoeker] kan niet worden getolereerd.

4.De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord.

4.1.
De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt.
Beoordelingskader
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en schuldenaar tegen elkaar afwegen.
4.3.
De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij de schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n betalingsvoorstel. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen. Het moet duidelijk zijn dat de weigering van de schuldeiser om in te stemmen met het akkoord niet redelijk is.
Bevoegde instantie
4.4.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door de GKB. De GKB heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen maar een schuldsaneringsregeling zou worden uitgesproken. De GKB is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd.
Ontbreken van goede trouw?
4.5.
Ten aanzien van het verweer van Tanksecure dat [verzoeker] te kwader trouw is ten aanzien van het laten ontstaan van schulden, nu sprake is van tanken zonder te betalen, overweegt de rechtbank dat het aspect van goeder trouw vooral een rol speelt bij de beoordeling van het subsidiaire verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, waar de rechtbank pas aan toekomt indien zij het dwangakkoord zou afwijzen. De omstandigheid dat genoemd verweer mogelijk grond voor afwijzing van het WSNP-verzoek oplevert, maakt niet dat het verzoek tot het uitspreken van een dwangakkoord zou moeten worden afgewezen. Uit het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BY0966) volgt immers dat toewijsbaarheid van het WSNP-verzoek geen vereiste is voor toewijsbaarheid van een dwangakkoord. De rechtbank kan daarentegen het al dan niet ontbreken van de goeder trouw wel laten meewegen bij de beoordeling van onderhavig verzoek om een dwangakkoord op te leggen.
4.6.
De rechtbank overweegt op dit punt het volgende. De schuld van Tanksecure dateert van 29 november 2022. Voor de goede trouw toets kijkt de rechtbank naar schulden die zijn ontstaan in de drie jaren voorafgaand aan het indienen van het verzoek. De vordering van Tanksecure valt buiten deze termijn. Zonder af te doen van de kwalijke gedraging van tanken zonder te betalen, zijn de omstandigheden waarin [verzoeker] thans verkeert sterk gewijzigd. [verzoeker] staat sinds 11 oktober 2024 onder beschermingsbewind bij de GKB. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat dit soort situaties zich in de toekomst zullen herhalen. Gelet hierop is de rechtbank tot het oordeel dat deze vordering niet aan toewijzing van het dwangakkoord in de weg staat.
Maximaal haalbare?
4.7.
Het voorstel van [verzoeker] is naar het oordeel van de rechtbank het maximaal haalbare. Verzoeker ontvangt op dit moment een Participatiewet uitkering. Vanwege zijn hartklachten, waarbij hij op 29 mei 2026 een operatie heeft ondergaan is er geen uitzicht op inkomen uit betaalde arbeid. De verwachting is dat dit niet verandert binnen de looptijd van de schuldregeling. Ook gelet op het feit dat verzoeker een sociaal activeringstraject volgt van de gemeente [gemeente] , waarbij hem geen sollicitatieplicht is opgelegd en waarbij is aangegeven dat vrijwilligerswerk het maximaal haalbare is.
Regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.8.
De schuldeisers die wel met het voorstel van [verzoeker] hebben ingestemd, vertegenwoordigen samen ruim 99 % van de totale schuldenlast. Omdat [verzoeker] een maximaal haalbaar voorstel heeft gedaan, moeten de belangen van deze schuldeisers zwaarder wegen dat de belangen van Tanksecure omdat zij een veel groter percentage in de totale schuldenlast vertegenwoordigen.
Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp
4.9.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat als [verzoeker] zou worden toegelaten tot de Wsnp, zijn schuldeisers aan het einde van de Wsnp geen hogere uitkering kunnen verwachten dan in de aangeboden schuldregeling. De Wsnp leidt tot hogere kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. De bemiddelingskosten die de GKB in rekening brengt zijn lager dan de kosten van een bewindvoerder in de Wsnp. Hierdoor blijft in de schuldregeling een hoger bedrag over voor de schuldeisers dan in de Wsnp.
Conclusie
4.10.
Omdat het aanbod van [verzoeker] goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, de Wsnp Tanksecure geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling en de overige schuldeisers met het voorstel hebben ingestemd, is de rechtbank van oordeel dat de weigering van Tanksecure om akkoord te gaan niet redelijk is. Op basis van de belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal toewijzen.
Het Wsnp-verzoek is niet langer aan de orde
4.11.
Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken.

5.De beslissing

De rechtbank:
Dit is een beslissing van mr. |C.H. Beuker, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026.¹
¹ Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.