Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2480

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2601348:R-RK
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 349a FaillissementswetInsolventieverordening (EU) 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

Verzoeker heeft op 22 januari 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) wegens een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld in een zitting op 30 maart 2026, waarbij verzoeker, zijn ouders en vertegenwoordigers van de Groningse Kredietbank aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet en dat er geen gronden zijn voor afwijzing. Tevens ziet de rechtbank geen aanleiding om het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling te vervroegen, conform de recente uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024.

De rechtbank wijst het verzoek toe, stelt de duur van de regeling vast op achttien maanden vanaf de datum van uitspraak, benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en geeft de bewindvoerder opdracht om de post van verzoeker in te zien. Tevens vervallen alle gelegde beslagen door deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie
Zittingsplaats Groningen
Rekestnummer: NL:TZ:2601348:R-RK
Vonnis van 16 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wijst het verzoek toe.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het op 22 januari 2026 ingediende schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 30 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker] ;
- ouders van [verzoeker] ;
- [schuldhulpverlener 1] en [schuldhulpverlener 2] , namens Gemeente Groningen h.o.d.n. Groningse Kredietbank.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet (Fw). Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3
De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ;,
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder dhr. [bewindvoerder] ,
gevestigd te [adres] ;
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. S. van Gessel, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.