Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM GRONINGEN,
2.
STICHTING TREANT ZORGGROEP,
3.
STICHTING TREANT ZIEKENHUISZORG,
4.
OMMELANDER ZIEKENHUIS GRONINGEN B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
29 april 2026 en dat daartoe een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden met bepaling van een door de rechtbank te bepalen tijdstip;
4.De beoordeling
partij bij een rechtsbetrekkingtegenover diegene die beschikt over
bepaalde gegevensover die rechtsbetrekking, recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij
voldoende belangheeft. Chipsoft heeft haar verzoek op dit punt uitdrukkelijk onderbouwd door te verwijzen naar dit beoordelingskader, en daarbij te betogen dat aan deze voorwaarden is voldaan. De rechtbank zal bij de beoordeling van het verzoek daarom dezelfde indeling aanhouden.
Partij bij rechtsbetrekking
1 januari 2025 vervangt, is verwoord dat het bestaan van een rechtsbetrekking nog niet in rechte hoeft vast te staan. Ook jegens degene die zich op het standpunt stelt dat er helemaal geen rechtsbetrekking bestaat waarbij hij partij is, kan aanspraak worden gemaakt op bepaalde gegevens om dat aan te tonen. De inzet van een procedure kan juist bestaan in de vraag of tussen partijen al dan niet een rechtsbetrekking bestaat. Vaak zijn bepaalde feiten die van belang zijn voor het bestaan, de inhoud of de omvang van een rechtsbetrekking nog niet helder. Precies om die reden kan een partij aanspraak maken op bepaalde gegevens waarover zij beschikt, maar een ander wel. Uit de verkregen informatie kan ook blijken dat een partij die meende bij een rechtsbetrekking betrokken te zijn, dat toch uiteindelijk niet is, waardoor een potentieel geschil tussen partijen vroegtijdig kan worden beëindigd. Gelet op het doel om opheldering van de feiten te verkrijgen en geschillen zo effectief mogelijk op te lossen, moet het begrip ‘partij bij een rechtsbetrekking’ in de optiek van de wetgever ruim worden opgevat. [2]
op voorwaardedat wordt overeengekomen dat Treant en OZG zelf alle kosten van het gebruik van het EPD van het UMCG - daaronder nadrukkelijk begrepen de kosten van de licentie van Epic - en de kosten van de invoering van een nieuw EPD op haar werkvloer dragen en dat de daarmee gepaard gaande vergoedingen die Treant en OZG moet betalen niet via UMCG lopen. UMCG heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de overeenkomst zal worden aangepast zoals door het gerechtshof is aangegeven, maar dat dit nog niet is gebeurd. Zolang nog geen ‘knip’ in de overeenkomst heeft plaatsgevonden is, aldus het gerechtshof, sprake van een wezenlijke wijziging en moet de opdracht worden aanbesteed. Chipsoft heeft daarmee onderbouwd dat UMCG in die situatie onrechtmatig handelt, omdat zij de opdracht heeft gegund aan Epic terwijl zij de opdracht had moeten aanbesteden en Chipsoft als concurrent van Epic daarop kon inschrijven. UMCG heeft weliswaar aangevoerd dat Chipsoft niet in aanmerking zou komen voor de opdracht, maar dat heeft zij naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Tussen partijen staat vast dat Chipsoft een concurrent is van Epic en vergelijkbare diensten levert. UMCG c.s. verwijst naar r.o. 5.32 van het arrest van het gerechtshof, maar daarin heeft het gerechtshof slechts overwogen dat de implementatiewerkzaamheden (Vooraankondiging 2) met betrekking tot de overeenkomst met Epic niet door Chipsoft gedaan kunnen worden en zij in zoverre geen belang heeft bij een verbod tot het sluiten van de overeenkomst tussen UMCG en Pragus (de partij die implementatiewerkzaamheden uitvoert). Volgens het gerechtshof heeft Chipsoft daar wél belang bij indien de overeenkomst met Epic niet gesloten kon worden, waaruit de rechtbank afleidt dat ook het gerechtshof van oordeel is dat Chipsoft zich kan inschrijven voor een dergelijke opdracht.
Voldoende belang
in de eerste plaatsonder rn. 54 van haar verzoekschrift in zijn algemeenheid om inzage in of afschrift van:
in de tweede plaatsgevraagd om inzage in althans afschrift van documenten waaruit de bekostiging blijkt van de werkzaamheden, opdrachten en samenwerkingsafspraken, waaronder documenten waaruit blijkt welke bijdrage UMCG, Treant en/of OZG leveren aan de financiering van het gezamenlijke EPD en Shared Care Noord en welke prijzen en voorwaarden worden gehanteerd ten einde te toetsen of deze marktconform zijn, waaronder de stukken die nader gespecifieerd worden onder a tot en met c (financiële stukken).
isen zij daarom stukken wil inzien maar stelt ten aanzien van het verzoek om het houden van een voorlopig getuigenverhoor dat zij getuigen wil horen omdat zij vast wil stellen
ofOZG een aanbestedingsplichtige dienst is. Van een fishing expedition is, anders dan UMCG c.s. meent, dan ook geen sprake. De rechtbank gaat ook voorbij aan het verweer van UMCG c.s. dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde omdat in de bodemprocedure beoordeeld zou moeten worden welke feiten nog bewezen moeten worden. Aan een bewijsopdracht wordt immers pas toegekomen indien een stelling voldoende is onderbouwd en voor die onderbouwing wil Chipsoft juist getuigen horen.
20 juli 2026.
5.De beslissing
binnen twee wekenna de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank de (vijf) getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
juli 2026 (vanaf 20 juli 2026) tot en met oktober 2026moet opgeven waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,