Op 13 januari 2025 veroorzaakte verdachte een frontale botsing in Leeuwarden doordat hij met veel te hoge snelheid en onvoldoende aangepaste rijstijl in een bocht op de verkeerde weghelft terechtkwam. De botsing leidde tot zwaar lichamelijk letsel bij de bijrijder, die een gebroken bovenbeen opliep en langdurige revalidatie onderging.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet roekeloos had gehandeld, omdat hij niet met opzet op de verkeerde weghelft reed en nog probeerde een aanrijding te voorkomen. Wel was sprake van zeer onvoorzichtig rijgedrag door de hoge snelheid binnen de bebouwde kom en het niet aanpassen aan de bocht en het beperkte zicht.
De rechtbank achtte het bewezen dat het letsel zwaar was vanwege de aard, het medisch ingrijpen en de lange herstelperiode. Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor twaalf maanden, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank vond een onvoorwaardelijke rijontzegging niet passend vanwege het werk van verdachte en zijn berouw.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 4 mei 2026, na een zitting op 21 april 2026. Verdachte werd vrijgesproken van het bestanddeel roekeloosheid maar veroordeeld voor zeer onvoorzichtig rijgedrag met zwaar lichamelijk letsel als gevolg.