Eiser was eigenaar van een stacaravan op een jaarplaats op een camping in de gemeente Ameland en ontving een individuele aanslag forensenbelasting 2019 van €306,75. De heffingsambtenaar had uit doelmatigheidsoverwegingen aan de camping een aanslag opgelegd voor alle stacaravans die aan niet-ingezetenen ter beschikking stonden. Eiser maakte bezwaar tegen de individuele aanslag en stelde dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere belastingplichtigen via de camping werden aangeslagen.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder het hoger beroep van eiser gegrond verklaard en de aan de camping opgelegde aanslag verminderd met het bedrag van eiser, omdat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat eiser had ingestemd met de formalisering via de camping. De rechtbank beoordeelt dat eiser belastingplichtig is en dat de stacaravan kwalificeert als woning. De rechtbank stelt dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden omdat alle belastingplichtigen materieel gelijk worden behandeld, ondanks de verschillende wijze van aanslagoplegging.
De rechtbank oordeelt verder dat de uitspraak van het gerechtshof alleen geldt voor de procespartijen en niet voor circa 1.200 andere niet-ingezetenen die stilzwijgend hebben ingestemd met de formalisering via de camping. Ook het zorgvuldigheidsbeginsel is niet geschonden omdat de heffingsambtenaar zorgvuldig overleg heeft gevoerd en bewust heeft gekozen voor deze werkwijze. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.