Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2065

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11836622 BU VERZ 25-1932
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1667
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens onbehoorlijke procesvoering bij boete voor onveilige lading

Betrokkene kreeg een boete van €499 opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het rijden met een voertuig waarbij losse lading niet deugdelijk was afgedekt, wat gevaar opleverde. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat hij geen schuld had en dat de trailer-lader dezelfde boete moest krijgen. In zijn beroepschrift gebruikte hij echter schuttingtaal en uitte hij een indirecte bedreiging aan het adres van de verbalisant.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens schending van het beginsel van behoorlijke procesvoering, omdat betrokkene ongepaste en bedreigende taal gebruikte en geen gebruik maakte van de geboden mogelijkheid om dit te herstellen.

De griffie had betrokkene per brief gewezen op zijn proceshouding en hem de kans gegeven een nieuw beroepschrift zonder ongepaste uitlatingen in te dienen, maar betrokkene heeft dit nagelaten. De kantonrechter verklaarde daarom het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbehoorlijke procesvoering.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271108509
zaaknummer: 11836622 BU VERZ 25-1932
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: P061 – ‘met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt’, verricht op 23 december 2024, om 14:30 uur, op de Rijksweg A7 bij Niebert, met een aanhanger (80km/h), met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. F.F. Buddingh aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert in het beroepschrift aan dat er geen sprake is van een overtreding en dat hij geen enkele schuld heeft aan de boete. Volgens hem moet degene die de trailer heeft gelost minimaal dezelfde boete krijgen. Het Openbaar Ministerie voert een hetze tegen betrokkene en andere chauffeurs en gebruikt hen als melkkoe. Betrokkene schrijft verder: “Als deze boete alsnog doorgedrukt gaat worden eis ik dat meneer
[naam verbalisant](de nazi agent) nooit van zijn leven meer een ui, aardappel of appels tot zich neemt. Want mij maakt chauffeurs het werk onmogelijk die minne hond. Ik weet dat deze hondekop al ruzie heeft met heel veel mensen en zijn adres is inmiddels ook bekend onder veel mensen dus de oplossing zal er wel komen.”
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
5. De kantonrechter overweegt dat partijen in bestuursrechtelijke procedures gebonden zijn aan het beginsel van behoorlijke procesvoering. Dit houdt in dat partijen zowel schriftelijk als mondeling op een fatsoenlijke manier moeten communiceren, zonder daarbij gebruik te maken van ongepaste, beledigende en dreigende teksten en/of uitlatingen. [1]
6. Naar oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene hieraan niet voldaan door schuttingtaal en een indirecte bedreiging van de verbalisant in zijn beroepschrift te schrijven.
7. In een brief van 16 april 2026 heeft de griffie van de rechtbank betrokkene gewezen op zijn proceshouding en hem de kans geboden om uiterlijk op de zitting van 12 mei 2026 een nieuw beroepschrift in te dienen zonder ongepaste uitlatingen. Hierbij is vermeld dat de kantonrechter het beroep anders niet-ontvankelijk kon verklaren. Betrokkene heeft niets ingediend en is ook niet op de zitting verschenen.
8. Daarom verklaart de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk wegens handelen in strijd met het beginsel van behoorlijke procesvoering.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1667.