Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1893

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11825964 BU VERZ 25-1791
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen boete voor onrechtmatig signaal geven op snelweg

Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het geven van signalen op een andere wijze dan toegestaan op 4 februari 2025 op de Rijksweg A7 in Winschoten. Betrokkene stelde dat de snelweg leeg was en dat hij niet rechts inhaalde, maar rechts achter de verbalisant reed en met groot licht knipperde om de verbalisant naar rechts te laten gaan. Hij gaf ook aan haast te hebben vanwege een gemiste afslag.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 23 april 2026 werd het beroep behandeld en onmiddellijk ongegrond verklaard. De kantonrechter stelde vast dat de boete terecht was opgelegd aan de kentekenhouder en dat de verbalisant geen mogelijkheid had betrokkene staande te houden.

De kantonrechter vond de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en oordeelde dat het geven van signalen alleen is toegestaan bij een geldige aanleiding. Betrokkene had op de rechterbaan kunnen blijven rijden ondanks zijn frustratie en haast. Het gedrag werd als agressief beoordeeld en er was geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onrechtmatig signaal geven op de snelweg wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271802782
zaaknummer: 11825964 BU VERZ 25-1791
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘signalen geven in een ander geval of op andere manier dan mag’, verricht op 4 februari 2025, om 07:34 uur, op de Rijksweg (A7) in Winschoten, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 199,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan de snelweg leeg was. De verbalisant bleef links rijden, terwijl de rechterbaan vrij was. Betrokkene probeerde niet rechts in te halen, maar reed rechts achter de auto van de verbalisant. Daarna is hij achter hem gaan rijden en gaan knipperen met groot licht zodat de verbalisant naar rechts zou gaan. Verder geeft betrokkene aan dat hij haast had, omdat hij de afslag had gemist en om acht uur in Winschoten moest zijn. Ook is hij niet staande gehouden. Tot slot bekent de verbalisant dat deze zelf ook onnodig links heeft gereden.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de boete terecht is uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De verbalisant vermeldt in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal dat betrokkene niet is staande gehouden, omdat de verbalisant in een privévoertuig reed, zonder enige stopmiddelen. Hij had daarom geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden.
6. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Je mag dit soort signalen alleen geven als er aanleiding voor is. De kantonrechter snapt betrokkenes frustratie wel, maar dan moet je naar de rechterstrook gaan, haast of geen haast. Betrokkene had dus op de rechterbaan kunnen blijven rijden. De verbalisant vond betrokkenes gedrag kennelijk wat agressief. Ook ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.