Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1884

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11824998 BU VERZ 25-1756
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats gereserveerd voor overleden persoon

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die was gereserveerd voor een ander voertuig, op 6 april 2024 in Groningen. Betrokkene stelde dat de gehandicaptenparkeerplaats was gereserveerd voor een persoon die al geruime tijd was overleden en dat de gemeente het onderbord met het kenteken pas later had verwijderd.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 23 april 2026 werd het beroep behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat, maar dat de omstandigheden aanleiding geven tot matiging van de boete. De boete werd met 75% gematigd tot € 131,50 inclusief administratiekosten. Tevens werd betrokkene een proceskostenvergoeding van € 41,88 toegekend voor gemaakte reiskosten.

De kantonrechter vond het van belang dat de gehandicaptenparkeerplaats was gereserveerd voor een overleden persoon en dat de gemeente het onderbord met het kenteken nog enige tijd had laten hangen, waardoor de overtreding niet volledig voor rekening van betrokkene komt. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van de reiskosten van betrokkene.

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats werd gematigd tot € 131,50 vanwege het nalaten van de gemeente om het onderbord tijdig te verwijderen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265800070
zaaknummer: 11824998 BU VERZ 25-1756
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’, verricht op 6 april 2024, om 11:12 uur, op de [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is, matigt de boete tot € 131,50 (inclusief administratiekosten) en kent € 41,88 aan proceskostenvergoeding toe
.De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de kentekenhouder van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats in januari 2024 is overleden. Zij heeft deze persoon daarom niet kunnen hinderen. De gemeente Groningen moest alleen nog het kenteken weghalen, zodat weer sprake was van een algemene gehandicaptenparkeerplaats. Dit is even later ook gebeurd. Tijdens het horen is toegezegd dat zij onderzoek zouden doen naar het feit dat het kenteken op de gehandicaptenparkeerplaats al enkele maanden niet meer van toepassing was. Dit hebben ze pas in tweede instantie gedaan. Daarnaast had de verbalisant ook even kunnen bellen. Tot slot vindt betrokkene het boetebedrag te hoog.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat de boete gematigd moet worden met 50%. Op Google Maps is te zien dat het onderbord met het kenteken kort na de overtreding is verwijderd.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te matigen met 75% tot € 131,50 (inclusief administratiekosten). Belangrijk hierbij is dat de persoon voor wie de gehandicaptenparkeerplaats was gereserveerd al geruime tijd was overleden. De gemeente heeft het onderbord echter nog een tijdje laten hangen. Dat de gedraging is begaan komt daarom niet helemaal voor betrokkenes risico
7. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, moet de officier van justitie de reiskosten van betrokkene betalen. Deze voert aan dat zij € 41,88 aan reiskosten heeft gemaakt. Zij heeft deze kosten onderbouwd en de kantonrechter vindt deze redelijk.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 131,50 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de reiskosten van betrokkene van € 41,88.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.