Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1882

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11824983 BU VERZ 25-1755
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die was gereserveerd voor een ander voertuig. De overtreding vond plaats op 13 november 2024 in Groningen. Betrokkene stelde dat het invalidenparkeerbord niet zichtbaar was vanwege een bus en dat zij via een app had betaald voor het parkeren.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 23 april 2026 werd het beroep behandeld en direct daarna mondeling uitspraak gedaan.

De kantonrechter oordeelde dat het vak duidelijk omlijnd was en het E6-bord naast de parkeerplaats stond. Het niet zien van het bord kwam voor rekening en risico van de bestuurder. Er was geen sprake van opzet, maar dat vormde geen reden voor matiging van de boete. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats wordt ongegrond verklaard en de boete van €499 gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270600428
zaaknummer: 11824983 BU VERZ 25-1755
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’, verricht op 13 november 2024, om 10:57 uur, op de Groenesteinlaan in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, [naam] (de bestuurster) en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. De bestuurster voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat zij wel met de richting van de eenrichtingsweg mee reed. Vervolgens heeft zij achteruit ingeparkeerd. Het invalidenbord was bij het aanrijden niet goed zichtbaar, omdat er een bus voor stond. Verder geeft zij aan dat zij om zich heen heeft gekeken na het parkeren. Het verkeersbord staat echter in de tegengestelde richting als men wegloopt. Hierdoor keek zij tegen de achterkant van het verkeersbord aan. Ook heeft zij via een app betaald voor het parkeren.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om de boete te matigen. Van bestuurders die een parkeerplaats willen gebruiken, mag worden verwacht dat zij de nodige moeite doen om zich ervan te vergewissen dat zij op de voorgeschreven wijze parkeren. Dat het bord bij het naderen niet zichtbaar was en er geen sprake was van opzet, vormt daarom onvoldoende reden voor matiging. Het vak was duidelijk omlijnd en het E6-bord stond naast de parkeerplaats. Dat de bestuurster dit bord niet heeft gezien, dient voor haar eigen rekening en risico te komen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.