Uitspraak
[verdachte] ,
- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een zwaaiende en/of slaande en/of stekende beweging in de richting van het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te maken, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] op zijn neus en/of op/in zijn oog is geraakt en/of
- in de neus van die [slachtoffer] te bijten;
- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een zwaaiende en/of slaande en/of stekende beweging in de richting van het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft gemaakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] op zijn neus en/of op/in zijn oog is geraakt en/of
- in de neus van die [slachtoffer] heeft gebeten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Beoordeling van het bewijs
(de rechtbank begrijpt: verdachte). Ik zag dat [verdachte] aan kwam lopen uit de richting van het Zaailand te Leeuwarden. Uiteindelijk bevonden wij ons ter hoogte van de Achmeatoren te Leeuwarden. Op het moment dat ik mijn rugzak op de grond neerzette, zag ik dat [verdachte] op mij af kwam met een donker mes. Ik zag dat [verdachte] het mes in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat dit een erg scherp mes van ongeveer 15-20 centimeter betrof. Ik zag dat hij met zijn rechterarm een zwaaiende beweging maakte richting mijn gezicht. Ondanks dat ik mijn gezicht probeerde te verdedigen, voelde ik dat hij mij raakte met het mes, ter hoogte van mijn linkeroog. Ik voelde op dat moment een hevige pijn aan mijn oog. Ik zag bloed op mijn handen, jas en gezicht. Ik ben meegenomen naar het ziekenhuis in [plaats] . Uit het onderzoek bleek dat ik geraakt ben, net onder mijn linker-wenkbrauw en dat het mes vervolgens is doorgestoken in mijn oogbol.
Beantwoording van de vraagstelling.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
een gevangenisstraf voor de duur van 66 dagen.
een gedeelte, groot 60 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een
proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Een taakstraf voor de duur van 180 uren.
[slachtoffer]toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer] te betalen:
- het bedrag van 35 (zegge: vijfendertig euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 oktober 2024 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.