Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid als bestuurder van een motorvoertuig op 7 april 2024 in Drachten-Azeven. Betrokkene betwist de overtreding en stelt dat de verbalisant onjuiste verklaringen heeft afgelegd, mede vanwege een scootermeeting op dat moment. De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 7 april 2026 werd het beroep behandeld. De kantonrechter oordeelde dat de verklaringen van de verbalisant consistent en nauwkeurig waren en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de overtreding niet had plaatsgevonden. De overtreding werd daarom vastgesteld.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor berechting was geschonden, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het moment van de overtreding en de uitspraak. Daarom werd de boete gematigd met 25%, van €309 naar €234 inclusief administratiekosten. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de matiging opgelegd.