Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1704

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
11813073 BU VERZ 25-1630
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvWahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete parkeren in parkeerverbod wegens pechgeval

Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een plek waar dat niet is toegestaan (bord E1, parkeerverbodsszone) op 2 juni 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep behandeld door de kantonrechter op 7 april 2026.

De gemachtigde, moeder van betrokkene, reed de auto en parkeerde deze in een straat met uitsluitend vergunninghoudersparkeerplaatsen, die allemaal bezet waren. Na het lossen van spullen startte de auto niet. De gemachtigde zocht eerst zelf naar startkabels, vond deze niet en klopte daarna aan bij de buurman die startkabels kon leveren. Dit duurde ongeveer een kwartier, waarin de boete werd opgelegd. Het probleem bleek een kapotte accu te zijn. De kantonrechter achtte het verhaal geloofwaardig en oordeelde dat sprake was van een pechgeval, waardoor het opleggen van een boete niet op zijn plaats was.

De kantonrechter matigde de boete tot nul en bepaalde dat de zekerheidstelling aan betrokkene wordt teruggegeven. De beslissing werd mondeling uitgesproken op de zitting van 7 april 2026 te Leeuwarden.

Uitkomst: De boete voor parkeren in een parkeerverbod wordt gematigd tot nul wegens een pechgeval.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267996963
zaaknummer: 11813073 BU VERZ 25-1630

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van7 april 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 2 juni 2024, om 09:30 uur, op het [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. De gemachtigde is de moeder van betrokkene en reed in betrokkenes auto. In de straat waar gemachtigde woont en waar de vermeende overtreding is begaan, zijn alleen maar vergunninghoudersparkeerplaatsen, die allemaal bezet waren. Gemachtigde moest drie kratten en een tapijtreiniger in huis brengen. Haar man is invalide en zij kan zelf weinig tillen, dus kon het niet anders dan op deze manier. Toen zij de auto na het lossen wilde verplaatsen, startte deze niet. Gemachtigde heeft eerst in haar eigen schuur naar startkabels gezocht, maar kon die niet vinden. Vervolgens heeft zij bij de overbuurman aangeklopt, die na enige tijd zoeken wel startkabels kon vinden. Dit alles heeft ongeveer een kwartier geduurd. In de tussentijd heeft zij een boete gekregen. Later is gebleken dat het probleem werd veroorzaakt door een kapotte accu. De door gemachtigde gekozen oplossing was sneller dan de ANWB bellen en het was zondag dus de garages waren dicht. Gemachtigde merkt op dat wordt gesproken over een onveilige situatie, maar het betreft een brede, doodlopende straat waar op zondagen eigenlijk alleen bestemmingsverkeer komt. Haar man heeft een gehandicaptenpar-keerplaats, waar vaak mensen illegaal geparkeerd staan. De handhaving zegt dan tegen gemachtigde en haar man dat ze de auto op precies dezelfde plek langs de straat mogen parkeren. Op schooldagen staan er driemaal daags ongeveer 30 auto’s langs de straat en daartegen wordt niet opgetreden.
3. De vertegenwoordigster stelt dat feitelijk is geparkeerd buiten een vak, waar dat niet mag. Laden en lossen dient volgens haar bij voortduring te gebeuren, wat hier niet zo is. De verkeersovertreding is volgens de vertegenwoordigster begaan. Dat het een doodlopende straat is, doet niet af aan de verwijtbaarheid. Zij wil het verhaal van gemachtigde wel aannemen, maar mist onderbouwing over het defecte voertuig. Een pardontijd is volgens de vertegenwoordigster niet verplicht. Zij verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Als eerst speelt de zogenoemde zekerheidstelling. Op grond van artikel 11 van Pro de Wahv moet de betrokkene het boetebedrag (tot een hoogte van € 234,00 inclusief administratiekosten) betalen voordat de kantonrechter het beroep kan behandelen.
5.1.
Als niet betaald kan worden, moet de betrokkene onderbouwen waarom dat het geval is. Dit wordt een draagkrachtverweer genoemd. In dit geval was sprake van een misverstand en heeft de gemachtigde voorafgaand aan de zitting een verweer gevoerd over háár draagkracht, in plaats van dat van betrokkene.
5.2.
Op de zitting heeft betrokkene haar financiële situatie toegelicht en heeft de gemachtigde verteld dat betrokkenes grootmoeder het boetebedrag heeft voorgeschoten. Er is dus alsnog zekerheid gesteld, waardoor de kantonrechter het beroep kan behandelen.
6. De verkeersovertreding wordt niet betwist. Deze kan daarom worden vastgesteld.
7. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde een geloofwaardig verhaal heeft verteld. Het is aannemelijk dat zij een boete heeft gekregen, terwijl zij met de buurman op zoek was naar startkabels. Dit was sneller dan de ANWB bellen en een garage inschakelen kon niet. Hier is sprake van een pechgeval en daarom oordeelt de kantonrechter dat oplegging van een boete niet op haar plaats is. Hij zal de boete matigen tot nul.
Conclusie
De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul;
  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.