Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een plek waar dat niet is toegestaan (bord E1, parkeerverbodsszone) op 2 juni 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep behandeld door de kantonrechter op 7 april 2026.
De gemachtigde, moeder van betrokkene, reed de auto en parkeerde deze in een straat met uitsluitend vergunninghoudersparkeerplaatsen, die allemaal bezet waren. Na het lossen van spullen startte de auto niet. De gemachtigde zocht eerst zelf naar startkabels, vond deze niet en klopte daarna aan bij de buurman die startkabels kon leveren. Dit duurde ongeveer een kwartier, waarin de boete werd opgelegd. Het probleem bleek een kapotte accu te zijn. De kantonrechter achtte het verhaal geloofwaardig en oordeelde dat sprake was van een pechgeval, waardoor het opleggen van een boete niet op zijn plaats was.
De kantonrechter matigde de boete tot nul en bepaalde dat de zekerheidstelling aan betrokkene wordt teruggegeven. De beslissing werd mondeling uitgesproken op de zitting van 7 april 2026 te Leeuwarden.