Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1700

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
11821995 BU VERZ 25-1716
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen boete voor 23 km/u te hard rijden buiten de bebouwde kom

Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het rijden van 23 kilometer per uur te hard op een autoweg buiten de bebouwde kom op 1 november 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 7 april 2026 voerde betrokkene aan dat hij niet wist hoe hard hij reed en dat de meting ongeldig zou zijn omdat de agenten niet met dezelfde snelheid achter hem reden en mogelijk de snelheid van een andere auto werd gemeten. De officier van justitie stelde dat de meting volgens de voorschriften was verricht.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisanten in beginsel voldoende is voor het vaststellen van de overtreding, tenzij concrete omstandigheden twijfel zaaien. De verbalisanten verklaarden dat betrokkene in elk geval 23 km/u te hard reed over een afstand van 500 meter waarbij de afstand tussen dienstvoertuig en betrokkene gelijk bleef. De kantonrechter zag geen reden om aan de juistheid van de meting te twijfelen en verklaarde het beroep ongegrond.

De opgelegde boete van € 282,00 blijft daarmee in stand. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor 23 km/u te hard rijden buiten de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270065006
zaaknummer: 11821995 BU VERZ 25-1716

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van7 april 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VF023 – ‘23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 1 november 2024, om 16:25 uur, op de Drachtsterweg in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 282,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, vergezeld door een vriend, en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene weet niet hoe hard hij reed, hij reed met het verkeer mee. Hij stelt dat de meting ongeldig is omdat de agenten niet met dezelfde snelheid achter hem aan reden. Verder vraagt hij zich af of de snelheid van de auto ertussen niet is gemeten in plaats van de zijne.
3. De vertegenwoordigster stelt dat de meting volgens de voorschriften is verricht en verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de geldigheid van de meting. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5. De verbalisanten hebben als volgt verklaard:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het dienstvoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd. Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 110 km/h. Snelheid volgens kalibratietabel: 107 km/h. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 103 km/h. Toegestane snelheid: 80 km/h. Overschrijding met: 23 km/h. Geschatte snelheid verdachte: 115 km/h. Meetafstand: 500,00 m. Tussenafstand start meting: 200 m. Tussenafstand einde meting: 200m.”
6. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. Er is vastgesteld dat betrokkene
in elk geval23 kilometer per uur te snel reed. Daarna werd de afstand groter, waarbij de verbalisanten schatten dat betrokkene 115 kilometer per uur reed. Het gaat om de meting van 103 kilometer per uur, waarvan de verbalisanten verklaren dat over een afstand van 500 meter de onderlinge afstand gelijk bleef. Alles wat daarna is gebeurd, is eigenlijk niet relevant.
7. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld en er is geen reden voor matiging van de boete. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.