Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1696

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
11813076 BU VERZ 25-1631
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WahvArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor rijden zonder dimlicht buiten bebouwde kom gegrond verklaard

Aan betrokkene werd een boete van €189 opgelegd wegens het rijden zonder dimlicht of grootlicht buiten de bebouwde kom op 26 april 2024. Betrokkene stelde dat de koplamp kapot ging tijdens het rijden en reparatie alleen bij de garage mogelijk was. Hij betwistte de overtreding niet, maar voerde aan dat hij geen mogelijkheid had de lamp direct te repareren.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 7 april 2026 werd vastgesteld dat de verbalisant aanvankelijk wilde waarschuwen, maar door een woordenwisseling de boete oplegde. De kantonrechter oordeelde dat dit onredelijk gebruik van discretionaire bevoegdheid was.

De kantonrechter matigde de boete tot nul en bepaalde dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt. Het beroep werd gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor rijden zonder dimlicht buiten de bebouwde kom is gegrond verklaard en de boete is gematigd tot nul.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265839517
zaaknummer: 11813076 BU VERZ 25-1631

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van7 april 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R421B –‘‘s nachts buiten de bebouwde kom rijden zonder dimlicht of grootlicht’, verricht op 26 april 2024, om 05:10 uur, op de Van Harinxmaweg in Garyp, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene was onderweg toen de koplamp kapotging. Vanwege de constructie van de auto moet de hele koplamp uit de auto om deze te repareren en dit kon niet tijdens het rijden of langs de kant van de weg. Dat de lamp het eerder nog deed, is volgens betrokkene na te gaan omdat de politie hem al een week lang staande hield nadat een onterechte melding over alcoholgebruik over hem was gedaan. De politie hield hem in dit geval ook niet staande voor de lamp, maar voor een alcoholcontrole. Vanwege het feit dat hij al een week lang staande werd gehouden, was de toon niet meer zo vriendelijk. Daarom kreeg betrokkene een boete. Voor zijn gevoel kon hij het hoe dan ook niet goed doen, of hij nu doorreed of de auto liet staan.
3. De vertegenwoordigster stelt zich voor dat de verbalisant betrokkene wilde waarschuwen, maar door een woordenwisseling liep het hoog op en legde de verbalisant een boete op. Dit valt volgens de vertegenwoordigster onder de discretionaire bevoegdheid van de verbalisant. Zij stelt dat de boete terecht is opgelegd.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet. Deze kan daarom worden vastgesteld.
5. De kantonrechter overweegt het volgende over de omstandigheden van het geval. Tijdens het rijden ging de koplamp kapot en reparatie was alleen mogelijk bij de garage. Daar wilde betrokkene later op de dag heen, toen het licht was. De kantonrechter twijfelt niet aan de gang van zaken zoals beschreven in het aanvullend proces-verbaal, maar overweegt dat de verbalisant onredelijk gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid. Hij wilde eerst waarschuwen, maar toen het wat verhit raakte gaf hij betrokkene een bekeuring, terwijl betrokkene geen mogelijkheid had om de lamp te repareren. De kantonrechter vindt dat dat niet zo hoort. Daarom stelt hij de boete op nul.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul;
  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.