Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C1) op 3 april 2025 in Sneek. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verbalisant bevoegd was om de boete op te leggen, nu het digitale handhavingsgebied was verkleind zonder nieuwe instemming van de CVOM. De kantonrechter oordeelde dat instemming van de CVOM alleen vereist is bij instelling of uitbreiding van digitale handhaving, niet bij verkleining. Dit betekent dat de verbalisant bevoegd was.
Daarnaast werd betwist of betrokkene daadwerkelijk de geslotenverklaring was gepasseerd. De kantonrechter stelde vast dat de ANPR-camera zo is geplaatst dat alleen voertuigen binnen de geslotenverklaring worden gefotografeerd, waardoor het aannemelijk is dat betrokkene de geslotenverklaring heeft overtreden. Er waren geen gegronde beroepsgronden om de boete aan te passen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.