Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Procesverloop
Bewijsmiddelen
Beoordeling
Toepassing van de wetsartikelen
Beslissing
228.699,82
228.699,82.
)aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
1095dagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een jonge man die is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en eenvoudig witwassen. De officier van justitie vorderde de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de oplegging van een betalingsverplichting ter hoogte van €228.700.
Tijdens de terechtzitting op 23 april 2026 verscheen de veroordeelde, bijgestaan door zijn advocaat. De verdediging verzocht om matiging van de betalingsverplichting, onder meer door de waarde van inbeslaggenomen goederen in mindering te brengen, en stelde dat de gijzeling op nul dagen moest worden gesteld.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van de veroordeelde en een proces-verbaal witwassen. Zij achtte de berekeningswijze van het wederrechtelijk verkregen voordeel betrouwbaar en wees het draagkrachtverweer af, omdat niet aannemelijk was dat de veroordeelde in de toekomst niet zou kunnen betalen.
De rechtbank wees het verzoek tot mindering van de betalingsverplichting af, omdat het geldbedrag dat de veroordeelde beschikte om de goederen aan te schaffen als wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gezien, ongeacht het feit dat de goederen niet zijn verkocht. De waarde van de inbeslaggenomen goederen zal in de executiefase in mindering worden gebracht. De duur van de gijzeling werd niet op nul dagen gesteld.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €228.699,82 en legt een betalingsverplichting op aan de veroordeelde.