Aan betrokkene is een boete van €189 opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C2) op 8 augustus 2024 aan de Helper Brink in Groningen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij hij de bevoegdheid van de verbalisant en de vindbaarheid van het verkeersbesluit betwistte.
De kantonrechter behandelde het beroep op 24 februari 2026 en oordeelde dat het enkel aanvoeren van onvindbaarheid van het verkeersbesluit onvoldoende is om twijfel te zaaien over de bevoegdheid van de boa die de boete heeft opgelegd. De betwisting van de gedraging en de gebruikte bewijsmiddelen was niet onderbouwd en onvoldoende.
De kantonrechter concludeerde dat de verkeersovertreding vaststaat, zag geen reden voor matiging van de boete en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.