Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1377

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11754323 BU VERZ 25-1222
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Regeling Domeinlijsten Boa
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen boete voor negeren geslotenverklaring aan Helper Brink Groningen

Aan betrokkene is een boete van €189 opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C2) op 8 augustus 2024 aan de Helper Brink in Groningen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij hij de bevoegdheid van de verbalisant en de vindbaarheid van het verkeersbesluit betwistte.

De kantonrechter behandelde het beroep op 24 februari 2026 en oordeelde dat het enkel aanvoeren van onvindbaarheid van het verkeersbesluit onvoldoende is om twijfel te zaaien over de bevoegdheid van de boa die de boete heeft opgelegd. De betwisting van de gedraging en de gebruikte bewijsmiddelen was niet onderbouwd en onvoldoende.

De kantonrechter concludeerde dat de verkeersovertreding vaststaat, zag geen reden voor matiging van de boete en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het negeren van de geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268546477
zaaknummer: 11754323 BU VERZ 25-1222

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van24 februari 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R551B – ‘een geslotenverklaring negeren (bord C2, eenrichtingsweg)’, verricht op 8 augustus 2024, om 17:52 uur, op de Helper Brink in Groningen. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. In het pro forma-beroepschrift betwist betrokkene de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen. Betrokkene stelt in het aanvullend beroepschrift dat de verbalisant een boa Domein Openbare Ruimte is geweest. De bevoegdheid van deze boa is geregeld in de Regeling Domeinlijsten Boa. Het verkeersbesluit ten aanzien van de instelling van het bord C2 aan de Helper Brink is onvindbaar. Daarom kan niet zonder meer worden volgehouden dat aan die instelling een rechtmatig belang ligt. De inleidende beschikking komt daarom voor vernietiging in aanmerking. Betrokkene overlegt en verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Subsidiair verzoekt betrokkene om matiging van de boete vanwege de omstandigheden van het geval. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
3. De vertegenwoordigster geeft aan dat uit jurisprudentie volgt dat de enkele beroepsgrond over onvindbaarheid van een verkeersbesluit, geen reden vormt voor twijfel aan de bevoegdheid van de verbalisant.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
5. De enkele, niet-onderbouwde betwisting van de gedraging en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen in het pro forma-beroepschrift, is naar oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te leiden tot twijfel aan de gegevens in het zaakoverzicht.
6. Het uitgangspunt is dat de boa bevoegd is en handelt binnen zijn bevoegdheden. Het enkel opwerpen dat het verkeersbesluit niet vindbaar is, is onvoldoende om te leiden tot twijfel aan de bevoegdheid van de verbalisant. [1]
7. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging in de aangevoerde omstandigheden. Het beroep zal ongegrond worden verklaard en er bestaat geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3347.