Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen
[naam uit woonplaats]
Gedeputeerde Staten van Groningen
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De betrokken belangen en hun gewicht
Conclusies
Conclusie
Beslissing
- verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de rechtsvordering van 22 november 2023, door [naam] ingesteld op grond van artikel 43 van Pro de Wegenwet;
- wijst het verzoek van [naam] af om de gemeente Westerkwartier te veroordelen tot het betalen van een immateriële schadevergoeding;
- verklaart het beroep van [naam] gegrond;
- draagt Gedeputeerde Staten op om een nieuw besluit op het administratief beroep van [naam] te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding van [naam] toe;
- veroordeelt het college van Gedeputeerde Staten van Groningen tot betaling aan [naam] van een schadevergoeding van € 115,38;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan [naam] van een schadevergoeding van € 1.384,62;
- bepaalt dat het college van Gedeputeerde Staten van Groningen het griffierecht van € 184,– aan [naam] moet vergoeden.