Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1112

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
25/408
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 229 GemeentewetArt. 8:86 AwbArt. 2 Legesverordening 2021Art. 5 Legesverordening 2021Art. 2.2 Tarieventabel Legesverordening 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtmatigheid van legesaanslag na intrekking vergunningaanvraag wegens onjuiste planverbeelding

Eiseres diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor functiewijziging van kantoor naar vijf zelfstandige woonfuncties, gebaseerd op een geconsolideerde planverbeelding met bestemming 'gemengde doeleinden'. De vergunningverlener stelde echter vast dat de juiste bestemming 'centrumdoeleinden' was, waarna eiseres de aanvraag introk.

De heffingsambtenaar legde een legesaanslag op van €4.650,46, na een restitutie van 25% wegens intrekking binnen acht weken. Eiseres voerde aan dat de aanvraag niet in behandeling was genomen, dat de planverbeelding ondeugdelijk was en dat de aanslag in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.

De rechtbank stelde vast dat het belastbaar feit zich had voorgedaan omdat de vergunningverlener de aanvraag had bestudeerd en contact had opgenomen met eiseres. De leges zijn volgens de geldende verordening correct berekend, waarbij het vooroverlegtarief niet van toepassing was. De rechtbank verwierp het beroep op schending van het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel, omdat de vergissing door een deskundige had kunnen worden voorkomen.

Het beroep werd ongegrond verklaard, de aanslag bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de legesaanslag van €4.650,46.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/408
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. Kwint-Ocelikova),
en

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 17 december 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een aanslag in de leges opgelegd ten bedrage van € 4.650,46.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
1.3.
Eiseres heeft haar beroepschrift aangevuld en voor de zitting nadere stukken ingediend. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar: [naam 1] , bijgestaan door [naam 2] . Het onderzoek is ter zitting gesloten.
1.5.
Eiseres heeft op 17 maart 2026 nadere stukken ingediend. Voor zover eiseres met deze stukken heeft willen verzoeken om heropening van het onderzoek, wijst de rechtbank dit verzoek af. De rechtbank heeft in de stukken geen aanleiding gezien het onderzoek op grond van artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te heropenen. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek volledig geweest. De stukken blijven daarom buiten beschouwing.

Feiten

2. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.
2.1.
[naam 3] heeft op 14 juli 2021 namens eiseres een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. [naam 3] is architect (de architect).
2.2.
De projectomschrijving in de vergunningaanvraag luidt: “Betreft functiewijziging bestaande kantoorfunctie ten behoeve van oprichten 5 zelfstandige woonfuncties.”
2.3.
De architect heeft zich bij de vergunningaanvraag gebaseerd op de planverbeelding van het perceel waar de vergunning op ziet en wel op de geconsolideerde versie daarvan. Op grond daarvan is de architect bij het indienen van de vergunningaanvraag uitgegaan van een bestemming ‘gemengde doeleinden’.
2.4.
De heffingsambtenaar heeft ter zitting een niet-geconsolideerde versie van de planverbeelding van het perceel overgelegd.
2.5.
Om de bestemming van de percelen aan te geven wordt in de onder 2.3. en 2.4. vermelde planverbeeldingen gewerkt met verschillende kleuren en letters.
2.6.
Kort na indiening van de onder 2.1. vermelde vergunningaanvraag is de architect door de vergunningverlener gebeld met de mededeling dat de aanvraag op deze wijze ingediend nooit tot een vergunning zou kunnen leiden omdat eiseres was uitgegaan van een onjuiste bestemming van het perceel: ‘gemengde doeleinden’ in plaats van ‘centrumdoeleinden’.
2.7.
De vergunningverlener heeft op 21 oktober 2021 de intrekking van de vergunningaanvraag van eiseres ontvangen.
2.8.
De heffingsambtenaar is bij de berekening van de aanslag leges uitgegaan van een bedrag van € 6.200,62 aan leges en heeft dit verminderd met een restitutie van 25% (dat is € 1.550,16) vanwege de intrekking van de vergunningaanvraag binnen acht weken na indiening daarvan, zodat een bedrag van € 4.650,46 resteert.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de vraag of de heffingsambtenaar terecht en tot het juiste bedrag de onder 1.1. vermelde aanslag leges aan eiseres heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de hierna te noemen beroepsgronden van eiseres.
4.1.
Eiseres heeft primair gesteld dat de onder 2.1. vermelde vergunningaanvraag niet in behandeling is genomen, zodat het belastbaar feit zich niet heeft voorgedaan en de heffingsambtenaar daarom niet gerechtigd is om een aanslag leges op te leggen.
4.2.
Eiseres is bereid het onder 2.6. vermelde telefoongesprek als vooroverleg (6.2.) aan te merken waarvoor hooguit een bedrag van € 134,65 aan leges verschuldigd zou zijn.
4.3.
Subsidiair is eiseres van mening dat zij en haar architect door de ondeugdelijke planverbeelding een onjuiste vergunningaanvraag hebben ingediend, die zij later moest intrekken. Deze vergissing mag volgens eiseres niet voor haar rekening en risico komen.
4.4.
Ten slotte is eiseres van mening dat de aanslag leges in strijd met het evenredigheidsbeginsel is opgelegd.
5. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de aanslag terecht en tot het juiste bedrag heeft opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wettelijk kader
6.1.
In artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet is bepaald dat rechten kunnen worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.
6.2.
De Verordening op de heffing en de invordering van leges 2021 van de gemeente Groningen (de Legesverordening) luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

Artikel 2 Belastbaar Pro feit
1. Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
(…)
Artikel 5 Maatstaven Pro van heffing en tarieven
1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
(…)
6.3.
De Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2021 (de Tarieventabel) luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

Vooroverleg
2.2
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een
voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is € 134,65
(…)2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk.
In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
De grondslag voor de heffing van de leges wordt bepaald naar het moment van de aanvraag.
(…)
2.3.1
Bouwactiviteiten
2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:
2.3.1.1.1 indien de bouwkosten € 455.000,00 of minder bedragen: € 45,26
voor elk geheel bedrag van € 1.000,00 van de bouwkosten
met een minimum van € 134,65”.
(…)
2.5.1
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1 en 2.3.2 intrekt, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
(…)
2.5.1.3 indien de aanvraag wordt ingetrokken na acht weken na het in
behandeling nemen ervan 25%”.
Heeft zich een belastbaar feit voorgedaan?
7.
7.1.
De rechtbank overweegt dat leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning. Eiseres is onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 21 december 2007 en de naar aanleiding daarvan gegeven noot van dr. [naam 4] [1] van mening dat in dit geval door de vergunningverlener te weinig is gedaan om te concluderen dat de vergunningaanvraag in behandeling is genomen, zodat geen sprake is van een belastbaar feit.
7.2.
De rechtbank stelt vast dat eiseres een vergunningaanvraag heeft ingediend (2.1.) en dat de vergunningverlener naar aanleiding van die vergunningaanvraag met eiseres heeft gebeld. Onder verwijzing naar het onder 7.1. vermelde arrest van de Hoge Raad is de rechtbank van oordeel dat gelet op de feiten wel sprake is van in behandeling nemen van de vergunningaanvraag en dat het belastbaar feit zich wel heeft voorgedaan. Zonder bestudering van de vergunningaanvraag en de bestemmingsplannen had de vergunningverlener niet tot zijn oordeel kunnen komen en eiseres daarover niet kunnen informeren. De rechtbank acht aannemelijk dat de vergunningverlener in dit geval minder heeft hoeven doen, dan wanneer op de vergunningaanvraag beslist had moeten worden, maar dat doet niet af aan het feit dat behandeling wel is gestart.
Is het juiste tarief toegepast?
8. De rechtbank is van oordeel dat nu hiervoor is geconcludeerd dat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan, de heffingsambtenaar het juiste tarief inclusief teruggaaf (2.8.) heeft toegepast. De rechtbank merkt daarbij op dat in de betreffende artikelen uit de Tarieventabel geen onderscheid is gemaakt in de hoeveelheid werkzaamheden, die in het kader van de vergunningverlening (moeten) worden verricht. Het door eiseres voorgestelde tarief van vooroverleg, dat - naar de rechtbank begrijpt - wellicht als handreiking van eiseres is voorgesteld, is hier niet aan de orde. Het gevolg van de keuze om geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot vooroverleg is in dit geval voor eiseres, die zich heeft laten bijstaan door een ter zake kundige professional. Overigens heeft eiseres geen bezwaren aangevoerd tegen de cijfermatige uitwerking van het standpunt van de heffingsambtenaar.
Heeft de vergunningverlener of de heffingsambtenaar onzorgvuldig gehandeld?
9.1.
De rechtbank heeft de onder 4.3. vermelde grond van eiseres aangemerkt in die zin dat door de ondeugdelijke planverbeelding het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden.
De rechtbank is van oordeel dat deze grond van eiseres niet slaagt en neemt daarbij het volgende in aanmerking.
9.2.
De rechtbank overweegt dat de gebruikte kleuren in de onder 2.3. vermelde geconsolideerde versie van de planverbeelding weliswaar verwarrend (kunnen) zijn, maar dat in de betreffende planverbeelding ter onderscheid van bestemmingsplannen ook letters zijn gebruikt. Ter zitting is bovendien onweersproken komen vast te staan dat op deze geconsolideerde versie staat vermeld dat daaraan geen rechten zijn te ontlenen.
9.3.
De rechtbank overweegt verder dat in de onder 2.4. vermelde niet-geconsolideerde versie van de planverbeelding de kleuren van de verschillende bestemmingsplannen nog steeds op elkaar lijken, maar dat wel een onderscheid is waar te nemen en dat ook hier de voormelde letters voor de verschillende bestemmingsplannen worden gebruikt. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar bovendien onweersproken verklaard dat de opsteller van de niet-geconsolideerde versie van de planverbeelding is gehouden aan het gebruik van bepaalde kleuren.
9.4.
De rechtbank overweegt ten slotte dat voor zover eiseres geen deskundige is ten aanzien van het aanvragen van een omgevingsvergunning een architect geacht wordt dit wel te zijn. Het ligt naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval op de weg van deze professional om bij twijfel over de vraag welke bestemming het betreffende perceel heeft en welke omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, nader onderzoek in te stellen of gebruik te maken van de mogelijkheid van vooroverleg, waarbij een relatief laag tarief wordt gehanteerd.
9.5.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de vergunningverlener of de heffingsambtenaar niet, althans niet zodanig, onzorgvuldig heeft gehandeld dat dit tot de conclusie kan leiden dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden.
Is het evenredigheidsbeginsel geschonden?
10. Eiseres is van mening dat zij is misleid door een onjuiste planverbeelding en vindt het daarom disproportioneel dat in dit geval een aanslag leges is opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat deze grond niet slaagt. De rechtbank overweegt dat zij hiervoor heeft geconcludeerd dat eiseres niet is misleid, maar dat de ontstane vergissing voor haar rekening en risico moet komen. Deze vergissing had bovendien door toepassing van het relatief goedkope vooroverleg voorkomen kunnen worden. Daarmee ontvalt de grond aan de stelling van eiseres dat sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel. Overigens heeft eiseres geen feiten en omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot een geslaagd beroep op schending van het evenredigheidsbeginsel.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag leges in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J. Haanstra, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 31 maart 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.ECLI:NL:HR:2007:BC0652, BNB 2010/17.