ECLI:NL:RBNNE:2026:109

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
LEE 25/1245
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering Alcoholwetvergunning voor online slijtersbedrijf in Emmen

In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Nederland op 20 januari 2026 uitspraak gedaan over de weigering van de burgemeester van Emmen om een Alcoholwetvergunning te verlenen aan Mood Company B.V. voor de uitoefening van een online slijtersbedrijf. De burgemeester weigerde de vergunning op basis van het argument dat er geen sprake was van de uitoefening van een slijtersbedrijf in een inrichting zoals vereist door de Alcoholwet. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat het ontbreken van een fysieke winkel met baliefunctie geen reden is om de vergunning te weigeren. De rechtbank heeft vastgesteld dat de activiteiten van eiseres, die bedrijfsmatig sterke drank wil verkopen aan particulieren via een website, voldoen aan de definitie van het uitoefenen van een slijtersbedrijf volgens artikel 1 van de Alcoholwet. De rechtbank heeft de uitleg van de burgemeester verworpen en geconcludeerd dat de burgemeester de vergunning niet had mogen weigeren. De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd en de burgemeester opgedragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank heeft ook bepaald dat de burgemeester het griffierecht aan eiseres moet vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/1245

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen

Mood Company B.V., uit Emmen, eiseres,

en

de burgemeester van de gemeente Emmen,

(gemachtigden: mr. N. Dimitroff en mr. K. Croezen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de burgemeester om aan eiseres een Alcoholwetvergunning te verlenen voor de uitoefening van een online slijtersbedrijf. De burgemeester heeft de vergunning geweigerd, omdat volgens hem geen sprake is van de uitoefening van een slijtersbedrijf in een inrichting als bedoeld in de Alcoholwet. Volgens de burgemeester is voor de online verkoop van sterke drank een winkel met baliefunctie nodig en die heeft eiseres niet. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgmeester de Alcoholwetvergunning niet mocht weigeren vanwege het ontbreken van een winkel met baliefunctie. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staat de kern van het geschil en onder 4 het toetsingskader. De standpunten van partijen staan onder 5. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf overweging 6. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Alcoholwetvergunning. De burgemeester heeft deze aanvraag met het besluit van 30 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is de burgemeester bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft hierop gereageerd. Partijen hebben aanvullende stukken gestuurd.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [bestuurder], bestuurder van eiseres, samen met zijn adviseur [adviseur], en de gemachtigden van de burgemeester.
2.3.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres heeft een vergunning aangevraagd voor het online verkopen van sterke drank. Zij heeft hiervoor een magazijn op het adres [adres]. Van daaruit wil zij de bestellingen naar klanten verzenden. In deze zaak staat de vraag centraal of de burgemeester terecht heeft geweigerd om aan eiseres een Alcoholwetvergunning te verlenen, omdat eiseres alleen een magazijn zonder baliefunctie heeft en geen fysieke winkel.
Wat staat in de Alcoholwet?
4. De Alcoholwet (voorheen Drank- en Horecawet (DHW)) geeft regels voor horecabedrijven en slijterijen. Deze regels zijn ingesteld uit sociaal-hygiënisch en sociaal-economisch oogpunt. Zonder Alcoholwetvergunning is het verboden om het slijtersbedrijf uit te oefenen. [1]
4.1.
Artikel 7, tweede lid, van de Alcoholwet bepaalt dat geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van het slijtersbedrijf anders dan in een inrichting.
Artikel 19, eerste lid, van de Alcoholwet bepaalt dat het verboden is, anders dan in de rechtmatige uitoefening van verkoop op afstand door een slijtersbedrijf of in de uitoefening van het partijen-cateringbedrijf gelegenheid te bieden tot het doen van bestellingen voor sterke drank en sterke drank op bestelling af te leveren of te doen afleveren aan huizen van particulieren.
Artikel 27, eerste lid, onder d, van de Alcoholwet bepaalt dat een vergunning wordt geweigerd indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een of meer van de bij of krachtens de artikelen 2 en 13 tot en met 24 gestelde verboden zal worden overtreden of dat in strijd zal worden gehandeld met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.
De definitie van slijtersbedrijf staat in artikel 1 van de Alcoholwet en luidt:
“de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voor gebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere handelingen.”
De definitie van inrichting luidt:
“de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte”
Het begrip lokaliteit wordt in de Alcoholwet gedefinieerd als:
“een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van een inrichting”
Moet de burgemeester de gevraagde vergunning weigeren vanwege het ontbreken van een winkel met baliefunctie en/of het ontbreken van een inrichting op [adres]?
Wat vindt de burgemeester?
5. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat uit de Alcoholwet volgt dat alleen in een inrichting een slijtersbedrijf mag worden uitgeoefend. Ook moet het bij verkoop op afstand gaan om de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf. De burgemeester vindt dat wat eiseres heeft aangevraagd, niet is aan te merken als het uitoefenen van een slijtersbedrijf in een inrichting. Uit (de begripsbepalingen in) de Alcoholwet volgt volgens de burgemeester dat online slijtersactiviteiten zonder fysieke winkelfunctie niet zijn toegestaan. Het uitsluitend online verkopen van (sterke) drank is verboden, aldus de burgemeester, omdat er sprake moet zijn van een aparte slijtlokaliteit waarin fysieke verstrekking plaatsvindt. Daarvan is bij eiseres volgens de burgemeester geen sprake en daarom moet de aanvraag van eiseres worden afgewezen. De burgemeester beroept zich op artikel 7, tweede lid, van de Alcoholwet en artikel 27, eerste lid, onder d, van de Alcoholwet in samenhang met artikel 19, eerste lid, van de Alcoholwet.
Wat vindt eiseres?
Volgens eiseres zijn de door haar gewenste activiteiten aan te merken als slijtersbedrijf. Bovendien legt de burgemeester ten onrechte aan het bestreden besluit ten grondslag dat eiseres niet beschikt over een inrichting in de zin van artikel 1 van de Alcoholwet. Eiseres stelt dat de burgemeester het begrip ‘inrichting’ te beperkt interpreteert. Het standpunt van de burgemeester dat een online slijterij alleen sterke drank mag verkopen als er een fysieke winkel is, volgt niet uit de wet. Ook de verwijzingen van de burgemeester naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) zijn volgens eiseres niet juist, omdat deze uitspraken op andere gevallen zien. Het vereiste van een fysieke winkel volgt ook niet uit de parlementaire geschiedenis, omdat de door de burgemeester aangehaalde tekst gaat over handhaving en niet over vergunningverlening.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een fysieke winkel met een baliefunctie geen reden is om de Alcoholvergunning te weigeren. De rechtbank zet hieronder uiteen waarom zij tot dit oordeel komt.
De aangevraagde activiteiten zijn aan te merken als het uitoefenen van het slijtersbedrijf
7. Het uitoefenen van het slijtersbedrijf bestaat uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren
verstrekkenvan sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse. [2] Anders dan de burgemeester, is de rechtbank van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is. Eiseres wil bedrijfsmatig sterke drank verkopen aan particulieren. De verkoop vindt plaats via een (afzonderlijke) website. De voorraad bevindt zich op [adres] en wordt aan de klanten geleverd door een vervoersbedrijf dat wordt ingeschakeld door eiseres. Deze activiteit voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan de definitie van het uitoefenen van het slijtersbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet.
De rechtbank vindt steun voor dat oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2016. [3] Daarin overweegt de Afdeling:
“Uit de door de rechtbank aangehaalde geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1, eerste lid, van de Dhw kan worden afgeleid dat bij een slijtersbedrijf het begrip 'verstrekken' verband houdt met 'verkopen'. Omdat de wetgever niet bepalend wilde laten zijn waar de koopovereenkomst wordt gesloten, is gekozen voor het begrip 'verstrekken'. Die keuze laat onverlet dat het verstrekken van sterke drank bij de uitoefening van het slijtersbedrijf impliceert dat doorgaans eerst een koopovereenkomst is gesloten, waarna de slijter de gekochte sterke drank uit zijn voorraad aan de koper verstrekt. In de definitie van slijtersbedrijf in artikel 1, eerste lid, van de Dhw moeten de woorden "aan particulieren verstrekken van sterke drank" daarom ook worden bezien in samenhang met de daaraan voorafgaande woorden "bedrijfsmatig of anders dan om niet". Voor het uitoefenen van het slijtersbedrijf is derhalve vereist dat het verstrekken van sterke drank tot de bedrijfsuitoefening behoort dan wel dat de verstrekker daarvoor wordt betaald door degene aan wie de sterke drank wordt verstrekt.”Daarvan is sprake in het geval van eiseres.
7.1.
In het bestreden besluit heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat bij het ‘verstrekken’ van sterke drank sprake moet zijn van een fysieke handeling, waarbij de verkrijgende consument in de winkel dient af te rekenen. Dit leidt de burgemeester onder meer af uit het Handboek Alcoholwet. De burgemeester heeft verder nog verwezen naar de Nota van toelichting bij het Alcoholbesluit en naar voorlichtingsinformatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en van de gemeente Almere. Hieruit leidt de burgemeester af dat het niet mogelijk is om enkel online (zonder fysieke winkel) het slijtersbedrijf uit te oefenen.
7.1.1.
De rechtbank volgt de uitleg van de Alcoholwet door de burgemeester niet. Bij de uitleg van de wet is de tekst en systematiek van de wettelijke bepaling leidend en kan verder betekenis toekomen aan de bedoeling van de wetgever. Die bedoeling kan blijken uit de wetsgeschiedenis. Uit de tekst, de systematiek en de geschiedenis van de Alcoholwet blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat bij ‘verstrekken’ van sterke drank altijd sprake moet zijn van een fysieke handeling waarbij in een winkel moet worden afgerekend.
De rechtbank acht daarbij allereerst de betekenis van ‘verstrekken’ in het normale spraakgebruik van belang. Volgens het Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal betekent verstrekken (onder meer) ‘uitreiken aan’ maar ook ‘verschaffen’. Een lening, een subsidie of gegevens kunnen ook verstrekt worden. De rechtbank leidt hieruit af dat ‘verstrekken’ in het normale spraakgebruik niet altijd een fysieke handeling inhoudt.
7.1.2.
De rechtbank acht verder de wetsgeschiedenis van belang. Bij de invoering van de DHW werd onder de uitoefening van het slijtersbedrijf verstaan ‘
het bedrijfsmatig aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse (…)’. [4] Uit de Memorie van Toelichting van de DHW [5] volgt dat toen gekozen is voor het feitelijke begrip ‘verstrekken’ omdat in een gebouw alleen mag worden gesleten in de lokaliteiten die in de vergunning zijn vermeld. Het doel was om aan de lokaliteiten vanuit sociaal-hygiënisch oogpunt eisen te kunnen stellen. Omdat het mogelijk moest zijn om telefonisch een bestelling te plaatsen bij een slijter, waarvan het telefoontoestel zich niet in de slijtlokaliteit bevond, werd gekozen voor het begrip ‘verstrekken’ in plaats van ‘verkopen’. Hieruit volgt dat de wetgever op dat moment ‘verstrekken’ nog heeft begrepen als het na het sluiten van de koopovereenkomst daadwerkelijk overhandigen van de sterke drank aan de klant. In die tijd was verstrekken in een lokaliteit met winkelfunctie de norm. Dat op enig moment in de tijd deze uitleg aan het begrip ‘verstrekken’ werd gegeven, betekent echter niet dat de wetgever steeds – en ook bij opvolgende wetgeving - aan deze uitleg heeft vastgehouden.
De wetgever heeft in 2021 immers expliciet ook de verkoop van sterke drank op afstand willen reguleren. [6] Hij heeft daarom een definitie van ‘verkoop op afstand’ in de wet opgenomen. Daarbij heeft hij in de wet een verbod opgenomen om gelijktijdig met de sterke drank andere producten aan te bieden. [7] Hij heeft dit gedaan om de regulering van online verkoop gelijk te trekken met de regulering in de fysieke slijterij. [8] Ook heeft hij geregeld dat de verstrekker van alcoholhoudende drank op afstand de leeftijd van zijn klanten moet verifiëren. [9] En er moet van de wetgever een zogenoemde ‘geborgde werkwijze’ zijn waarmee wordt verzekerd dat de sterke drank alleen wordt overhandigd aan een meerderjarige. Hierover is in de Memorie van Toelichting van de Alcoholwet geschreven:
“Bij verkoop op afstand is er sprake van een keten waarbij minimaal één en soms meerdere partijen betrokken zijn. Zo heb je de eigenaar van de alcoholhoudende drank. Dit is de verkoper, ook wel verstrekker genoemd. Dat kan bijvoorbeeld de slijter of een webshop zijn […] Als de alcoholhoudende drank is besteld, is er sprake van een verkoopovereenkomst ongeacht of er een betaling heeft plaatsgevonden. Dit wordt aankoop genoemd. Vervolgens wordt de alcoholhoudende drank bezorgd op het afgesproken adres. Dat kan zijn een woonadres of ophaalloket van de bezorgdienst. De bezorging wordt gedaan door een bezorger, die al dan niet in dienst is van de verkoper, de tussenpersoon of bij een derde partij zoals een postbezorger. De alcohol houdende drank wordt door deze bezorger overhandigd aan de consument.” [10]
Uit deze passage uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de wetgever de verkoper ziet als de ‘verstrekker’. Dat kan ook een webshop zijn. Wat die ‘verstrekker’ doet, is ‘verstrekken’ als bedoeld in de definitiebepaling van het begrip ‘slijtersbedrijf’. Op geen enkele plek in de wetsgeschiedenis van (thans) de Alcoholwet is hieraan de verplichting verbonden om te beschikken over een fysieke winkel met een baliefunctie. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat onder het begrip ‘verstrekken’ thans moet worden verstaan dat de alcoholhoudende drank, door de verstrekker, al dan niet door middel van een tussenpersoon zoals een bezorger, aan de klant ter hand wordt gesteld. Wat eiseres wil doen met haar webwinkel is het verstrekken van sterke drank in de zin van de Alcoholwet. Uit de wettekst en de wetsgeschiedenis valt niet op te maken dat voor ‘verstrekken’ fysiek moet worden afgerekend in een winkel en dat een baliefunctie nodig is voor het hebben van een slijtersbedrijf. Uit de wettekst valt enkel op te maken dat het nodig is om een inrichting te hebben. De rechtbank is van oordeel dat eiseres aan die eis voldoet. De rechtbank licht dat verder in overwegingen 9. en 9.1. toe.
7.2.
De burgemeester betoogt dat alleen rechtmatig sterke drank op afstand aan particulieren te koop mag worden aangeboden, als de aanbieder ook over een slijtlokaliteit beschikt. Anders is er volgens hem geen sprake van een rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf. Dat volgt volgens de burgemeester uit artikel 12, tweede lid, in combinatie met artikel 19, eerste lid, van de Alcoholwet.
7.2.1.
De rechtbank volgt dit betoog niet en acht de motivering van de burgemeester van deze weigeringsgrond niet deugdelijk. Ook voor de definitie van slijtlokaliteit geldt dat niet in de wet is opgenomen dat er een baliefunctie moet zijn. Het gaat bij een ‘slijtlokaliteit’ om een besloten ruimte, die een afsluitbare toegang heeft. [11] Die moet bestemd zijn voor – in ieder geval – het verstrekken van sterke drank elders dan ter plaatse. Naar het oordeel van de rechtbank kan (een deel van) een afsluitbare loods, van waaruit de bestelling van de klant uit de voorraad van de verkoper kan worden overhandigd aan de bezorgdienst, zoals eiseres ook beoogt te doen, ook onder deze definitie vallen.
8. Deze beroepsgrond slaagt.
Eiseres beschikt over een inrichting in de zin van de Alcoholwet
9. De burgemeester heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat eiseres volgens de burgemeester niet beschikt over een inrichting. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres beschikt over een fysieke ruimte waar zij haar voorraad sterke drank wenst te bewaren en dat zij van daaruit deze sterke drank wil laten bezorgen bij particulieren. Een inrichting is volgens de Alcoholwet één of meer besloten ruimtes waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. [12] Hiervoor heeft de rechtbank al geoordeeld dat de aanvraag van eiseres de uitoefening van het slijtersbedrijf betreft. In de definitie van het begrip ‘inrichting’ is verder niet vermeld dat klanten de besloten ruimtes in de inrichting moeten kunnen bezoeken. Deze besloten ruimte vormt een wezenlijk element van de bedrijfsactiviteiten van eiseres als (online) slijterij. Er is daarmee naar het oordeel van de rechtbank sprake van een ‘inrichting’ in de zin van de Alcoholwet.
9.1.
De burgemeester heeft in het bestreden besluit en het verweerschrift verwezen naar uitspraken van de Afdeling. De overwegingen van de Afdeling bieden ook geen aanknopingspunt voor het oordeel dat een inrichting als die van eiseres steeds ook moet beschikken over een fysieke winkel. Over de uitspraak van de Afdeling van 28 december 2016 [13] overweegt de rechtbank dat deze uitspraak ging over de vraag of een supermarkt en de daarin gevestigde slijterij samen één inrichting vormen. Daarop spitsten zich de overwegingen van de Afdeling ook toe. Het ging in deze zaak niet om verkoop op afstand met een webwinkel. De burgemeester heeft ook verwezen naar de eerder genoemde uitspraak over DPD. [14] Ook deze zaak ging niet over de vraag of een baliefunctie vereist is voor het hebben van een slijtersbedrijf en leidt daarom niet tot een ander oordeel. Deze uitspraak ging over de vraag of een pakketbezorger (DPD) kon worden gezien als slijtersbedrijf. Het antwoord daarop was nee, omdat de pakketbezorger de sterke drank niet op voorraad had of zelf verkocht. De verwijzing van de burgemeester naar rechtsoverweging 6 van de DPD-uitspraak ondersteunt zijn redenering niet. Deze overweging is een samenvatting van de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant [15] en geen overweging van de Afdeling.
10. Deze beroepsgrond slaagt.
Tussenconclusie
11. De rechtbank concludeert dat de burgemeester de vergunning niet heeft mogen weigeren, omdat eiseres geen fysieke winkel met baliefunctie heeft. Dat eiseres niet beschikt over een fysieke winkel met baliefunctie betekent niet dat zij niet beschikt over een inrichting. Er is daarom geen strijd met artikel 7, tweede lid, van de Alcoholwet. Ook is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Alcoholwet. De aanvraag van eiseres kan daarom niet onder verwijzing naar deze grondslagen worden geweigerd op grond van artikel 27. Dat heeft de burgemeester in het bestreden besluit niet onderkend. Het bestreden besluit moet worden vernietigd vanwege strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overige beroepsgronden
12. Omdat de rechtbank het bestreden besluit zal vernietigen wegens een onjuiste uitleg door de burgemeester van de Alcoholwet, ziet de rechtbank geen aanleiding om de overige beroepsgronden te bespreken.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 van de Awb niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet gelet op het beoordelingskader uit de Alcoholwet geen mogelijkheden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien.
13.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de burgemeester een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
13.2.
Omdat het beroep gegrond is moet de burgemeester het griffierecht aan eiseres vergoeden. Ter zitting heeft de adviseur van eiseres verklaard niet beroepsmatig rechtsbijstand te verlenen. Eiseres heeft daarvoor dus geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Verder zijn er geen kosten door eiseres gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 13 februari 2025;
  • draagt de burgemeester op om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, voorzitter, en mr. E. Hardenberg en mr. P. van der Stroom, leden, in aanwezigheid van mr. R.A. Schaapsmeerders, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Alcoholwet

Artikel 1

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
[…]
– slijtersbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voor gebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere handelingen;
– lokaliteit: een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van een inrichting;
– slijtlokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van of samenvallend met een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse;
– inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
– verkoop op afstand: een verkoopovereenkomst:
a. tussen degene die bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank verkoopt en een particulier;
b. die zich beiden in Nederland bevinden;
c. die wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van degene die bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank verkoopt en de particulier tot en met het moment van het sluiten van de verkoopovereenkomst;
d. waarbij tot en met het moment van sluiten van de verkoopovereenkomst uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand; en
e. waarbij geen sprake is van de uitoefening van het partijen-cateringbedrijf;

Artikel 3

1. Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen.
[…]

Artikel 7

1. Een vergunning is vereist voor iedere inrichting.
2. Geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf anders dan in een inrichting.

Artikel 12

[…]
2. Het is verboden sterke drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse anders dan in een slijtlokaliteit die in de vergunning is vermeld.

Artikel 14a

Het is verboden om bij het aanbieden en verstrekken van sterke drank in het kader van verkoop op afstand in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf, gelijktijdig andere bedrijfsactiviteiten dan die welke tot het slijtersbedrijf behoren uit te oefenen.

Artikel 17

Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aan particulieren te verstrekken of af te leveren anders dan in een gesloten verpakking, die niet zonder kenbare beschadiging kan worden geopend.

Artikel 19

1. Het is verboden, anders dan in de rechtmatige uitoefening van verkoop op afstand door een slijtersbedrijf of in de uitoefening van het partijen-cateringbedrijf gelegenheid te bieden tot het doen van bestellingen voor sterke drank en sterke drank op bestelling af te leveren of te doen afleveren aan huizen van particulieren.
[….]

Artikel 27

1. Een vergunning wordt geweigerd indien:
a. niet wordt voldaan aan de ingevolge de artikelen 8 tot en met 10 geldende eisen;
b. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn;
c. artikel 7, tweede lid, artikel 31, vierde lid, en artikel 32, tweede lid, zich tegen de verlening van de gevraagde vergunning verzet;
d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een of meer van de bij of krachtens de artikelen 2 en 13 tot en met 24 gestelde verboden zal worden overtreden of dat in strijd zal worden gehandeld met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
e. niet wordt voldaan aan het bepaalde krachtens artikel 25a, derde lid.
2. Een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd.
3. Een vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 3 van de Alcoholwet.
2.Zie artikel 1 van de Alcoholwet.
3.ECLI:NL:RVS:2016:2252 (DPD), r.o. 7.2.
5.Kamerstukken II 1961-1962, 6811, nr. 3, MvT, p. 18-24.
6.Kamerstukken II 2019–2020, 35 337, nr. 3.
7.Artikel 14a van de Alcoholwet.
8.Kamerstukken II 2019–2020, 35 337, nr. 3, MvT, p. 36.
9.Kamerstukken II 2019–2020, 35 337, nr. 3, MvT, p. 8.
10.Kamerstukken II 2019–2020, 35 337, nr. 3, MvT, p. 9.
11.Zie artikel 1 van de Alcoholwet.
12.Zie artikel 1 van de Alcoholwet.
13.ECLI:NL:RVS:2016:3451 (Slijterij in Someren).
14.Uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2252 (DPD).
15.Rechtbank Oost-Brabant 9 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3890.