Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen
Mood Company B.V., uit Emmen, eiseres,
de burgemeester van de gemeente Emmen,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
verstrekkenvan sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse. [2] Anders dan de burgemeester, is de rechtbank van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is. Eiseres wil bedrijfsmatig sterke drank verkopen aan particulieren. De verkoop vindt plaats via een (afzonderlijke) website. De voorraad bevindt zich op [adres] en wordt aan de klanten geleverd door een vervoersbedrijf dat wordt ingeschakeld door eiseres. Deze activiteit voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan de definitie van het uitoefenen van het slijtersbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet.
“Uit de door de rechtbank aangehaalde geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1, eerste lid, van de Dhw kan worden afgeleid dat bij een slijtersbedrijf het begrip 'verstrekken' verband houdt met 'verkopen'. Omdat de wetgever niet bepalend wilde laten zijn waar de koopovereenkomst wordt gesloten, is gekozen voor het begrip 'verstrekken'. Die keuze laat onverlet dat het verstrekken van sterke drank bij de uitoefening van het slijtersbedrijf impliceert dat doorgaans eerst een koopovereenkomst is gesloten, waarna de slijter de gekochte sterke drank uit zijn voorraad aan de koper verstrekt. In de definitie van slijtersbedrijf in artikel 1, eerste lid, van de Dhw moeten de woorden "aan particulieren verstrekken van sterke drank" daarom ook worden bezien in samenhang met de daaraan voorafgaande woorden "bedrijfsmatig of anders dan om niet". Voor het uitoefenen van het slijtersbedrijf is derhalve vereist dat het verstrekken van sterke drank tot de bedrijfsuitoefening behoort dan wel dat de verstrekker daarvoor wordt betaald door degene aan wie de sterke drank wordt verstrekt.”Daarvan is sprake in het geval van eiseres.
het bedrijfsmatig aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse (…)’. [4] Uit de Memorie van Toelichting van de DHW [5] volgt dat toen gekozen is voor het feitelijke begrip ‘verstrekken’ omdat in een gebouw alleen mag worden gesleten in de lokaliteiten die in de vergunning zijn vermeld. Het doel was om aan de lokaliteiten vanuit sociaal-hygiënisch oogpunt eisen te kunnen stellen. Omdat het mogelijk moest zijn om telefonisch een bestelling te plaatsen bij een slijter, waarvan het telefoontoestel zich niet in de slijtlokaliteit bevond, werd gekozen voor het begrip ‘verstrekken’ in plaats van ‘verkopen’. Hieruit volgt dat de wetgever op dat moment ‘verstrekken’ nog heeft begrepen als het na het sluiten van de koopovereenkomst daadwerkelijk overhandigen van de sterke drank aan de klant. In die tijd was verstrekken in een lokaliteit met winkelfunctie de norm. Dat op enig moment in de tijd deze uitleg aan het begrip ‘verstrekken’ werd gegeven, betekent echter niet dat de wetgever steeds – en ook bij opvolgende wetgeving - aan deze uitleg heeft vastgehouden.
“Bij verkoop op afstand is er sprake van een keten waarbij minimaal één en soms meerdere partijen betrokken zijn. Zo heb je de eigenaar van de alcoholhoudende drank. Dit is de verkoper, ook wel verstrekker genoemd. Dat kan bijvoorbeeld de slijter of een webshop zijn […] Als de alcoholhoudende drank is besteld, is er sprake van een verkoopovereenkomst ongeacht of er een betaling heeft plaatsgevonden. Dit wordt aankoop genoemd. Vervolgens wordt de alcoholhoudende drank bezorgd op het afgesproken adres. Dat kan zijn een woonadres of ophaalloket van de bezorgdienst. De bezorging wordt gedaan door een bezorger, die al dan niet in dienst is van de verkoper, de tussenpersoon of bij een derde partij zoals een postbezorger. De alcohol houdende drank wordt door deze bezorger overhandigd aan de consument.” [10]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 13 februari 2025;
- draagt de burgemeester op om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden.