ECLI:NL:RBNNE:2026:1010
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op boete voor parkeren zonder juiste vergunning op vergunninghoudersplaats
Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder de juiste vergunning, op 11 juli 2024 in Leeuwarden. Betrokkene voerde aan dat zij een gehandicaptenparkeerkaart had en dacht dat zij hiermee drie uur op een gewone parkeerplaats mocht parkeren, maar niet op een vergunninghoudersplaats. Zij gaf aan het bord niet te hebben gezien vanwege vermoeidheid en onbekendheid met de locatie.
De officier van justitie handhaafde de boete en de kantonrechter behandelde het beroep op 10 maart 2026. De kantonrechter stelde vast dat betrokkene de overtreding niet betwistte en dat er geen aanleiding was om de boete te matigen. Volgens vaste jurisprudentie moet een weggebruiker opletten en nagaan of parkeren is toegestaan. Het niet zien van het bord kwam voor eigen risico.
De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren zonder juiste vergunning op een vergunninghoudersplaats wordt ongegrond verklaard.