Betrokkene kreeg een boete van €189 opgelegd wegens het voeren van een kentekenplaat die niet aan de wettelijke eisen voldeed. De overtreding vond plaats op 20 juli 2024 op de Moleneind Zuidzijde in Drachten. Betrokkene stelde dat het voertuig op het moment van de overtreding stilstond op zijn privéterrein en dat hij niet reed.
De verbalisant verklaarde onder ambtseed dat hij betrokkene op de openbare weg had zien rijden en dat de kentekenplaat aan de voorzijde niet voldeed aan de eisen, omdat er een sticker was aangebracht en de officiële kentekenplaat in de kofferbak lag. De kantonrechter achtte het aannemelijk dat betrokkene binnen een minuut van de openbare weg naar zijn oprit reed.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet in zijn verdedigingsbelangen was geschaad, ondanks dat hij niet eerder op de sticker was aangesproken. Het was de discretionaire bevoegdheid van de verbalisant om een boete op te leggen. Klachten over bejegening en geluidsoverlast vielen buiten de procedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.