ECLI:NL:RBNNE:2025:5835
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onjuiste verlichting zonder herstelmogelijkheid
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het voeren van andere verlichting dan toegestaan tijdens daglicht op 25 maart 2024 in Groningen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 26 november 2025 werd het beroep behandeld. De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de gedraging ontkend werd en dat de verbalisant geen mogelijkheid tot herstel had geboden, wat volgens haar zorgvuldige besluitvorming ontbrak. Ook werd aangevoerd dat het bewijs niet rond was in de bezwaarfase.
De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier voldoende bewijs. De enkele ontkenning van betrokkene was onvoldoende om twijfel te zaaien. Er waren geen feiten die aanleiding gaven tot matiging of vernietiging van de boete. Tevens is vastgesteld dat de verbalisant niet verplicht is om voorafgaand aan het opleggen van een boete een herstelmogelijkheid te bieden.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees de vergoeding van proceskosten af. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het voeren van onjuiste verlichting wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.