ECLI:NL:RBNNE:2025:5772

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11694306 BU VERZ 25-1024 en 11696881 BU VERZ 25-1035
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor fietsen zonder licht en op het trottoir

Op 15 december 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland in Leeuwarden uitspraak gedaan in twee zaken betreffende boetes opgelegd aan de betrokkene op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De eerste boete, voor het niet voeren van zichtbaar licht op de fiets, werd opgelegd voor een overtreding op 24 april 2024. De tweede boete, voor het fietsen op het trottoir, werd opgelegd voor een overtreding op 8 mei 2024. Betrokkene heeft tegen beide boetes beroep ingesteld, maar de officier van justitie verklaarde deze beroepen ongegrond. De kantonrechter heeft de beroepen op 15 december 2025 gelijktijdig behandeld, waarbij de betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig waren.

De kantonrechter oordeelde dat de boete voor het fietsen zonder licht in stand blijft, maar dat de feitcode voor het fietsen op het trottoir onjuist was. De kantonrechter wijzigde de feitcode van R315A naar R309, die correct is voor fietsers, en verlaagde het boetebedrag. Betrokkene voerde aan dat hij persoonlijke problemen had en dat de boetes averechts werkten, maar de kantonrechter oordeelde dat de overtredingen vaststonden en dat de boetes terecht waren opgelegd. De kantonrechter verklaarde het beroep tegen de eerste boete ongegrond en het beroep tegen de tweede boete gegrond, met wijziging van de feitcode en het boetebedrag.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummers: 265776507 en 266101469
zaaknummers: 11694306 BU VERZ 25-1024 en 11696881 BU VERZ 25-1035

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 december 2025

in de zaken van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is twee keer een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
1.1.
De eerste verkeersovertreding (25-1024) waarvoor een boete is opgelegd is: R438K – ‘geen voortdurend zichtbaar wit/geellicht a.d. voorzijde en/of zichtbaar roodlicht a.d. achterzijde van fiets voeren’, verricht op 24 april 2024, om 03:32 uur, in de Zuiderstraat in Leeuwarden, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten).
1.2.
De tweede verkeersovertreding (25-1035) waarvoor een boete is opgelegd is: R315A – ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 8 mei 2024, om 15:22 uur, in de Oude Oosterstraat in Leeuwarden, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.3.
Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.4.
De kantonrechter heeft de beroepen op 15 december 2025 gelijktijdig op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.5.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep in 25-1024 ongegrond is en dat het beroep in 25-1035 gegrond is. De laatste boete wordt gewijzigd. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij een turbulente tijd met persoonlijke problemen achter de rug heeft. Hij heeft over meerdere bekeuringen gebeld met de politiechef omdat hij een bekende naam heeft bij de politie, die erg op hem gefixeerd is. Over het fietsen zonder licht vertelt hij dat hij al verlichting had gekocht, maar dat hij die nog niet had gemonteerd. Het fietsen in een voetgangersgebied is gebeurd toen betrokkene door de politie werd gezocht. Hij fietste net twee meter toen de politie om de hoek kwam. Betrokkene had nog een openstaande celstraf, waarvoor hij werd aangehouden. Tijdens de aanhouding werd hem verteld dat hij ook nog een boete kreeg voor fietsen in een voetgangersgebied. Betrokkene stelt dat deze boetes averechts werken, omdat hij zijn best doet zijn leven te beteren, maar nu weer zonder geld komt te zitten.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ten aanzien van de fietsverlichting ongegrond is, maar dat voor het fietsen op het trottoir de verkeerde feitcode is gehanteerd.
Overwegingen
5. Betrokkene heeft geen zekerheid gesteld. [1] Hij heeft een onderbouwd draagkrachtverweer gevoerd waarin de kantonrechter reden ziet om de zekerheidstelling in beide zaken op nul te stellen en over te gaan tot inhoudelijke behandeling van de beroepen.
Over de fietsverlichting
6. Betrokkene betwist de overtreding niet. Deze kan daarom worden vastgesteld. De kantonrechter ziet geen reden voor wijziging van de boete. Betrokkene had de al gekochte fietsverlichting moeten monteren voor hij in het donker ging fietsen.
Over het fietsen op het trottoir
7. De verbalisant heeft feitcode R315A gebruikt. Deze feitcode kan alleen niet worden gebruikt bij fietsers, maar alleen bij bestuurders van motorvoertuigen. De juiste feitcode is R309 – ‘als (snor)fietser bij ontbreken verplicht fietspad (G11) of fiets/bromfietspad (G12a) niet de rijbaan gebruiken’. Hier hoort een lager boetebedrag bij, namelijk € 75,00 exclusief € 9,00 administratiekosten. Betrokkene wordt niet in zijn verdedigingsbelang geraakt door wijziging van de feitcode. Daarom zal de kantonrechter de feitcode wijzigen van R315A naar R309.
8. Betrokkene heeft de overtreding niet ontkend. Deze kan daarom worden vastgesteld. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. Hij zal de gewijzigde boete daarom in stand laten.

Conclusie

De kantonrechter:
In 25-1024:
- verklaart het beroep ongegrond.
In 25-1035:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt deze beslissing;
  • wijzigt de feitcode en de omschrijving van de gedraging in R309 – ‘als (snor)fietser bij ontbreken verplicht fietspad (G11) of fiets/bromfietspad (G12a) niet de rijbaan gebruiken’;
  • wijzigt het boetebedrag van € 189,00 inclusief administratiekosten naar € 84,00 inclusief administratiekosten;
  • verklaart het beroep tegen de gewijzigde inleidende beschikking ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 11 van de Wahv.