Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 15 december 2025
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
[adres] ,
hierna te noemen de verhuurder.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft op 23 oktober 2025 gelijktijdig met het verzoek tot schuldsaneringsregeling een moratoriumverzoek ingediend om ontruiming van zijn woning te voorkomen. De rechtbank heeft op 27 oktober 2025 een tussenvonnis gewezen en een tijdelijke voorziening getroffen. Tijdens de zitting op 8 december 2025 is gebleken dat het minnelijk traject is gestart en dat verzoeker sinds het tussenvonnis de huurtermijnen tijdig en volledig heeft voldaan.
De verhuurder voerde verweer met verwijzing naar eerdere betalingsachterstanden, overlast en verwaarlozing, maar het ontruimingsvonnis was uitsluitend gebaseerd op huurachterstand. De rechtbank beperkt daarom haar toetsing tot de vraag of de huurbetalingen sinds het tussenvonnis zijn voldaan en of de financiële situatie voldoende stabiel is om toekomstige huur te betalen.
De rechtbank concludeert dat aan beide voorwaarden is voldaan en dat er geen reden is om het moratorium te weigeren. Verzoeker staat onder beschermingsbewind, wat de betaling van toekomstige huur waarborgt. De voorziening wordt toegekend voor een periode van zes maanden vanaf 27 oktober 2025, met voorwaarden voor voortzetting en verslaglegging. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt nog niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratoriumverzoek toe en schort de ontruiming op voor zes maanden onder voorwaarden.