Bijlage: regelgeving
Algemeen plaatselijke verordening Weststellingwerf 2025
Artikel 2:73a Gebruik van carbid
1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden op zodanige wijze dat gevaar, schade of overlast voor de omgeving kan worden veroorzaakt.
2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt.
3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
4. Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 4:6 Overige geluidshinder
1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. Het college kan van het verbod van lid 1 van dit artikel ontheffing verlenen.
3. Het verbod in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet is toegelaten, of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Carbidbeleid 2014(niet gepubliceerd)
In de APV Artikel 2.73a. lid 4 is geregeld dat het college van B&W ontheffingen kan verlenen in het kader van carbid gebruik en bezit. Aan deze ontheffingen zijn voorwaarden gekoppeld namelijk:
a. het is niet toegestaan om met een object groter dan met een maximale inhoud van 50 liter te schieten (standaard melkbus);
b. het is niet toegestaan om een hard voorwerp, zoals een deksel van een melkbus, als afsluiter te gebruiken, tenzij deze door middel van een koord of touw van voldoende sterkte en lengte blijvend aan de melkbus of soortgelijk gebezigd object verbonden blijft;
c. het afschieten mag uitsluitend plaatsvinden op oudejaarsdag tussen 10.00 uur en nieuwjaarsdag 02.00 uur;
d. de plaats van het afschieten bedraagt tenminste 100 meter ten opzichte van omliggende bebouwing;
e. toeschouwers moeten op een afstand worden gehouden van tenminste 10 meter van de plaats van het afschieten;
f. de plaats van het afschieten moet worden gemarkeerd door een duidelijke afzetting, bijvoorbeeld met linten of hekken;
g. er mag niet worden geschoten in de richting van personen of nabijgelegen gebouwen;
h. de houder van deze ontheffing is aansprakelijk voor eventuele schade en letsel;
i. deze ontheffing geldt alleen voor de ontheffinghouder en niet voor diens rechtverkrijgenden
j. Een maximum van 10 melkbussen per locatie wordt ingesteld om geluidsoverlast te beperken;
k. Jaarlijks worden er voor maximaal 12 locaties ontheffingen afgegeven waar met carbid geschoten kan worden.
l. Aanvragen moeten in week 44 aangevraagd zijn. Aanvragen die na week 44 binnenkomen, worden nog wel behandeld tot week 48, de leges worden dan wel verdubbeld. Aanvragen die binnenkomen na week 48 worden niet meer behandeld.
Het is noodzakelijk een strakke deadline te hanteren waarna geen ontheffingen meer verleend mogen worden, dit in verband met de mogelijkheid om bezwaar te kunnen doen voor belanghebbenden. Ook borgt dit de zorgvuldigheid van het ambtelijke apparaat om wel of niet een ontheffing te kunnen verlenen. Er zal
Ten aanzien van de controles door Toezicht en Handhaving zal er jaarlijks een terugkoppeling worden gedaan van de controles naar de ontheffinghouders. Overtreders lopen het risico om bij een nieuwe aanvraag een preventieve dwangsom (art 5:7 Awb) opgelegd te krijgen wordt opgelegd, in verband met de eerder vertoonde naleefgedrag van de overtreder. De aanvragers worden hierbij vooraf uitgenodigd door Handhaving om uitleg te krijgen over de voorwaarden van de vergunning en de mogelijke consequenties bij
overtredingen van deze voorwaarden. Ten aanzien van overtredingen van de voorschriften van de ontheffing 2013 wordt handhavend opgetreden. De aanpak is erop gericht om overtredingen te voorkomen.
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor dieren.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.